Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar eenen anderen op» te zien, die trouwens voor hem ook nergens te vinden was , geloofde hij verpligt te arijn, het doolhof, waarin hij zich begeven had, dieper en dieper in te dringen. Zijn inwendige toestand was reeds verwoest; maar de uitwendige stond nog ongeschonden daar. Waarom dus geaarzeld om nu ook dezen, als het laatste overblijfsel van zijn tijdelijk geluk, gewelddadig te vernielen en alzoo de kroon te zetten op alles, waardoor deze aarde voor hem in eene wezenlijke hel herschapen zou kunnen worden?

Nadenkende over de middelen, daarWénfitj voorkeur aan te wende», ontmoette hij op zekeren dag, in de trekschifil tusschen Amsterdam en Haarlem, eene vischvrouw, zich generende met het «fendvente»' van bokking. Hij verzocht haar dadelijk ten huwel^Djrdoch zijn aanzoek werd even spoedig van de hand gewezen. I>m teleurgesteld, vervolgde hij zijne reis van Haarlem naar Leiden, in welke laatstgenoemde stad zijn oor werd gestreeld door het onschuldig gezang eener jeugdige spinster, chrisïtna helena frank genaamd, met haar spinnewiel gezeten voor de deur harer nederige. w«Bing; terstond wendde hij zich tot deze, en, nadat men!)zich aan kftret «ijde volkomen had overtuigd, dat zijn aanzoek

Sluiten