Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan dezelve gezeten, spande hij alle krachten^, om zijne aandacht vatt de plegtigheid af te wendétt', -es hij verhief tot dk 'éinde in het navolgende gebed zijnen geest tot God: «Mijn God! tot bier toe heb {.«■Win uwe wegen met mij niet kunnen berusten', «noch mij aan uwen wil onderwerpen, maar nu kan :»ik het doen. Be verkies-van mijne vrouw en van «mijn kind beroofd te zijn, omdat het uw welbeha»gen is. Ontvang dan beiden uit mijne1 banden. »Ik vertrouw ze volkomen aan U toe." Naaüwelhlès waren deze woorden aan zijne lippen ontvloeid, of eene zachte stem scheen hem in te fluisteretf: -•Vertrouw ze niet aan God, maar aan Mij'tóe. On-

• derzoek mijtte1 leer nog eenmaal. Ik zal u lëérett; »Bi zal bij u zijn, en gij zult geheel anders ovër

• mijne leer oordeelen. Doch eet nu van het brood »en gedenk aan uwen nieuwen Meester." Deze en meer andere gezegden vlogen op eene hem onverklaarbare wijze door zijnen verwarden geest, en hij geraakte daarop, van des voormiddags ten half elf ure tot des namiddags ten drie ure, in eenen staat 1tatt 'bewusteloosheid. "Weder tót zteh zei ven gekomen, stond hij in twijfel, of het voorgevallene al dan niet in -wezenlijkheid hadde bestaan. Doenkoe woorden: Onderzoek mijne leer viog éénmaal, en gij

Sluiten