Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dung fordert, d i e Entscheidung, die kein Gesetz und kein sittlicher Imperativ fordern kann." 1)

Uit het opkomen van Brunner voor de Godheid van Christus leide men echter niet af, dat hij de drieëenheid Gods zou beschouwen als te behooren tot den inhoud van het Christelijk geloof. Wel zegt hij, dat uit het ernstig nemen van de openbaring de triniteit volgt. Openbaring is openbaring van den anders verborgene. Dus is de geopenbaarde met den openbaarder identiek, maar toch ook een ander. God, voorzoover Hij openbaart, is een ander, dan voorzoover Hij geopenbaard wordt, anders zou openbaring geen werkelijke gebeurtenis zijn. En niet alleen de openbaringsgedachte, maar ook de Christelijke Godsgedachte, de kennis van God als persoonlijkheid en als liefde, wordt eerst in de trinitarische gedachte voltooid. Ook brengt de onderscheiding van Vader en Zoon tot uitdrukking, dat God niet alleen liefde is in Zijn willen, maar ook majesteitelijke souvereiniteit en heiligheid in Zijn natuur. Maar toch : de triniteitsleer is een theologische leer, geen bijbelsch kerygma. ,,Sie soll nicht gepredigt werden. Sie ist eine Schutzlehre, die gar nicht nötig ware, wenn man die beiden Grundsatze des christlichen Bekenntnisses stehen liesze: Gott allein kann helfen und Christus allein ist diese göttliche Hilfe."2)

Nu beperkt Brunner de openbaring tot den Goddelijken persoon in Christus.

Hij maakt onderscheid tusschen den Christus „nach dem Fleisch" en den Christus ,,i m Fleisch" of „nach dem G e i s t". Deze onderscheiding, waarvoor hij meent een beroep te kunnen doen naar de letter op Rom. 1:3 en 9:5, maar zakelijk ook op 2 Cor. 5 : 16, beteekent dit: de Christus nach dem Fleisch is Jezus als religieus-ethische persoonlijkheid, de Christus im Fleisch is de Goddelijke persoon in de religieus-ethische persoonlijkheid. De Christus nach dem

') Mittler, bl. 239. 2) Mittler, bl. 243.

Sluiten