Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

offer, het zoenoffer. In dit begrip komt het persoonlijke duidelijker tot uitdrukking. Dit begrip wordt door Brunner genomen en dan in den boven aangegeven zin door hem opgevat.

Dit is alzoo de zin der objectieve verzoening : God verzoent zich door vleesch te worden en in solidariteit met de menschen te lijden. Als een zelfofferande Gods vat het N. Testament het kruis van Christus op. „Gott selbst tut's, Gott selbst leidet's, er nimmt es auf sich."1) Hierin wordt openbaar negatief: hoe groot de kloof is tusschen God en de zondige menschheid, en positief: dat God liefde is, liefde die door den toorn heenbreekt en dien toorn overwint. Gods toorn is werkelijkheid, maar niet de laatste werkelijkheid, 't Is de werkelijkheid Gods, die aan de zonde beantwoordt. „Es ist aber nicht die Ansichwirklichkeit Gottes. Gottes Ansich ist Liebe." 2) Maar die liefde kan en mag niemand kennen, als God ze niet als Zijn geheimenis meedeelt. Dat doet Hij in de openbaring. De openbaring is het doorbreken van Gods liefde door den toorn. In de wereld is God de deus absconditus, die Zijn opera aliena doet, de toornige. Maar Zijn wezen is liefde en als liefde is Hij openbaar in Christus. Dit openbaren van het Goddelijk geheimenis der liefde te midden van de toorn-werkelijkheid is de verzoening.

Uit deze opvatting van de verzoening volgt haar algemeenheid.

^Vanneer de verzoening geschiedt doordat God tot den mensch komt en met de menschheid solidair wordt, dan is ze een algemeene. Het komen Gods is dan ook volgens Brunner een komen tot allen, een „sich-Bekennen zu allen". Dat vindt hij ook uitgedrukt in de leer, dat Christus de g a ns c h e menschelijke natuur heeft aangenomen. Deze leer duidt aan, dat de menschheid als geheel het object is van Gods handelen. De liefdewil Gods is universeel. Daaruit

') Mittler, bl. 437. ') Mittler, bl. 471.

Sluiten