Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonder, dat een heilig bondsteeken, hetwelk met de eerste beginselen van moraal en menschelijkheid in het innigste verband staat, zich tot heden in zoo goddelijke eere bij Israël mocht handhaven, dat met de eerbiediging daarvan gewoonlijk de laatste sporen van gehechtheid aan de Joodsche gemeenschap geacht worden te leven of weg te sterven.

De ' plicht, om het jonggeboren mannelijke kind op den 8en levensdag te doen besnijden, rust op den vader, of, bij diens ontstentenis, op de mannelijke verwanten, die zijne plaats innemen.

Alleen in bijzondere gevallen, als: twijfel aan den eigenlijken geboortedag in verband met de intrede van sabbath- of feestdagen, of ongesteldheid van den jonggeborene, mag de besnijdenis later dan op den 8en dag plaats hebben.

Evenals het bondsteeken der besnijdenis stamt uit den tijd van de openbaring der algemeene moreele wereld aan Abraham, zoo volgde de instelling van den sabbath bij de openbaring der godsdienstige levenswijding aan zijne nakomelingen. Wel vinden we reeds bij het scheppingsverhaal, dat God den zevenden dag zegende en heiligde; maar de toepassing van deze gedachte in practische voorschriften geschiedde eerst op den dag, dat Israël de heilige Leer bij den berg Sinaï mocht ontvangen. Reeds uit deze historische feiten spreekt ten duidelijkste de waarheid, dat de moraal van den sabbath niet eerst bij hare openbaring ontstaan, maar zoo oud is als de wereld zelve. Niet zoodra was de eerste mensch geschapen, of deze was toen reeds bestemd tot een leven, dat in wereldschen, materieelen arbeid slechts het middel en nimmer het einddoel van zijn bestaan zoude zoeken. Zouden de zes werkdagen den mensch den tijd gunnen om de aarde te bearbeiden en daaraan de vruchten van algemeen en bijzonder materieel welzijn te ontleenen, op

Sluiten