Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tio benevolentiae" trekken zij scherp te velde. „Tegenover „niemand, ook den heiden, mag men onoprecht zijn. Ook „hem, die er geen belang bij heeft, mag men het ritueel „ongeoorloofde niet voor geoorloofd geven; uitnoodi„gingen of geschenken, waarvan men bij voorbaat weet, „dat zij niet aanvaard worden, zijn als misleiding ongeoorloofd" (Choelien 94a). — „Uw ja zij ja; uw neen zij neen" leert de Talmud (Baba Metsia 49a). — Tot de humaniteit behoort ook ons oordeel over anderen. „Beoordeel ieder steeds naar de gunstigste zijde" (A b o t h I, 6). „Beoordeel niemand alvorens ge u in zijne plaats bevindt" (ibid. 2, 5). — Het weldoen, waaronder de Joodsche wet naar den Pentateuch (L e v. 25> 35) een oordeelkundige hulp vóór den val verstaat, moet met opgewektheid en vriendelijkheid en zoo geheim mogelijk geschieden. „Zesvoudig zegent j.Jesaja hem, die den arme iets schenkt; elfvoudig „echter hem, die hem vriendelijk tegemoet komt" (Baba Bathra 9b). „De gever wete niet, aan wien; ,,de ontvanger wete niet, van wien" (ibid. 10b). De naam der milddadigheid is in 't Hebreeuwsch eenvoudig : plicht, b i 11 ij k h e i d (T s e d a k a). Als quantitieve grens wordt algemeen aangenomen: een tiende van ieders inkomen' worde voor weldadige doeleinden beschikbaar gehouden. Er waren tijden, waarin men deze grens zooverre overschreed, dat de bevoegde autoriteit tot behoud des vermogens verbieden moest, meer dan een v ij f d e weg te schenken (E r a c h i e n 28a).

• Bijzondere takken van liefdadigheid, die dan ook in den regel in de Joodsche gemeenten door bijzondere instituten vertegenwoordigd worden, zijn: i°. kosteloos onderwijs aan onvermogenden, 2°. uithuwelijking van onvermogende meisjes, 3°. verzorging van do'orreizenden, 40. lossing van krijgsgevangenen of onschuldig gedetineerden, 50. weezenverpleging, 6°. kleeren-

Sluiten