Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met hooge begrippen en woorden, onbegrepen theorieën — ach, laten we maar eens aan onze eigen jeugdjaren terugdenken — maar jammer is het, dat zij moeten missen, wat wij toen wél hadden, en dat is een christelijk gezin en milieu.

Neen, we willen geenszins vergoelijkend staan tegenover al deze jeugduitingen, maar wel begrijpend. Aan welke stormen en draaikolken staat de jeugd niet bloot! Laten we ons echter verblijden; dat lndië niet langer is de loome, logge massa, die geleefd wordt, maar dat het thans zelf wil leven; iets, neen, véél hoopt en wil! Immers van zoo'n volk valt wat te verwachten. lndië van thans is dan ook verre te verkiezen boven lndië van een 20, 30 jaren geleden. De huidige toestand, die de jeugd tot exponent heeft, heeft dan ook inderdaad groote toekomst, mits er goede leiding gegeven worde. Maar wie zal lndië opvoeden, leiden? Zeker, 't is gemakkelijk gezegd: wij, omdat wij hiertoe door God geroepen zijn. Maar .... laat ons 't goed realiseeren dat wij met dit besef nog geen goede opvoeders zijn, en dat bovendien lndië ons als zoodanigen ook zal moeten accepteeren. En dit zai het slechts, indien er vertrouwen is in ons. Helaas, er zijn zoovele bezwaren om tot dat onderlinge contact, dat vertrouwen, te komen. Wij behooren tot 't overheerschende ras, waardoor men ons reeds aanstonds wantrouwt, niettegenstaande al onze goede bedoelingen. Voor ons als „overheerschers", is het bezwaar, dat we steeds voor de vraag geplaatst worden: of we lndië op den duur niet zullen verliezen. We moeten ons echter absoluut losmaken van dergelijke overwegingen, anders winnen we het vertrouwen van den Indonesiër nooit. Persoonlijk, is Ds. Crommelin er niet bang voor, dat Holland lndië verliezen zal, als wij maar als ideaal stéllen „co-ordinatie" in plaats van „sub-ordinatie". Wanneer het echter hard tegen hard moet gaan, welnu, dan is er geen sprake van, dat we het ooit houden kunnen! Verder hebben we nog het groote bezwaar: WesterlingOosterling. Al moge de spreuk van Kipiing niet in absoluten zin juist zijn, toch is het maar al te waar, dat er fundamenteele verschillen zijn tusschen een Oosterling en een Westerling. Spr. toont zulks aan met enkele voorbeelden. Tenslotte is daar ook nog 't groote bezwaar van 't voorbeeld van den Europeaan in lndië. Leeringen wekken, voorbeelden trekken. Helaas ook in de slechte beteekenis.

Tenslotte vertolkt Ds. Crommelin twee opmerkingen, die wellicht in de harten der aanwezigen leven. In de eerste plaats

Sluiten