Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de wilde tuimeling naar goud, meegesleurd naar den zedelijken ondergang. Wat 'n schade wordt er geleden naar lichaam en ziel. Op deze wijze wordt ook de bodem voorbereid voor de ontevredenheid, 't ongeduld. Hoe vreeselijk is het, dat nu juist in deze kritieke tijden de Rijnsche Zending zelf een crisis moet doormaken. Geldnood! Gebrek aan krachten!

Diep respect moet men hebben voor de Duitsche Zendelingen, die nochtans voort blijven werken. Spr. wil dan ook geen kritiek uitbrengen, al moet hij erkennen, dat het te betreuren valt, dat de R. Z. niet steeds op de hoogte is gebleven van den geest van den tijd en dus eenigszins overrompeld is geworden door deze groote omwenteling. Dan ontvalt juist in dezen tijd aan de R. Z. de figuur van Zendeling Nommensen, den leider, den Ephorus. Bovendien moeten we niet vergeten, wat het voor den Batakker zeggen wil: de Duitschers zijn in den grooten oorlog overwonnen! Er ontwaakt een ongetemde zucht naar vrijheid. Men wil vrij zijn van het Hollandsche Bestuur, maar ook van de Duitsche Zendingsvoogdij. Er werd een Chr. Batakbond opgericht. Eerst met edele bedoelingen, zeer zeker. Maar spoedig ontaardde het in een\; nationale propaganda tegen het Gouvernement en de Rijnsche Zending. De Jeugd stelt zich geëmancipeerd tegenover de Zending. Een Batakker zeide: „Wij kunnen onze kinderen naar Europa sturen om hen in de theologie te laten studeeren. En als ze dan terugkomen zijn zij méér dan de Duitsche Zendelingen." Inderdaad men moet wel zeer diep medelijden hebben met de ontwikkelde Bataksche Jeugd. Ze zijn los geworden van de ouderlijke omgeving, van het Christelijk geloof, van hun eigen vaderland. En deze jonge menschen gevoelen zich diep ongelukkig, ze droomen van vrijheid, maar Laten wij Hollanders

toch maar zeer dankbaar zijn, dat de R. Z. een stuk van onze groote verantwoordelijkheid heeft overgenomen. Doch met deze erkenning zijn we niet klaar! Een jaar geleden ontving de Controleur van der Meulen een brief van Dr. Warneck, de leider van de Batakzending, waarin deze laatste schreef: Wij zijn de greep op de jeugd kwijt. Wij hebben geen geld en geen mannen.

Weet Gij ons te helpen En wat is het resultaat van deze

klacht geweest? Geld is er niet gezonden en mannen evenmin» Ja, we moéten, maar we kunnen niet helpen. En toch, we kunnen het wèl, als Christelijk Nederland, als de Gemeente, zich maar van haar groote verantwoordelijkheid bewust gaat worden I —

Er ging een ontroering door de Vergadering toen men op

Sluiten