Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Wereldfederatie in andere Oostersche landen geleerd had de wenschelijkheid, om met jeugdwerk niet te wachten, totdat zulke scholen geheel uitgegroeid waren. Liefst moest men er van de stichting af reeds bij zijn. De zending was echter op haar eigen terrein zoo overladen, dat men niet verwachten kon, dat deze dit werk spoedig krachtig ter hand zou nemen. Ook meende men dat dit werk voor de studeerende jeugd meer op den weg der N. C. S. V. lag. Met name was dit ook het geval bij de hoogere scholen, waar men, nu de Christelijke kerk in lndië langzamerhand naar het millioen toe groeide, kon verwachten, dat er een autonome Indische C. S. V. zich zou ontwikkelen. Al deze dingen werden in het N. C. S. V. bestuur besproken in een tijd, dat dit bestuur nog meer dan anders georiënteerd was ten opzichte van vragen, Wereldfederatie, lndië en Zending betreffende, gelijk wel duidelijk is voor een ieder, wanneer hier vermeld wordt, dat er toen onder meer zitting in hadden: C. L. van Doorn, Mej. H. S. H. van Gameren, H. Kraemer, L. Onvlee, Mej. L. Rutgers, J. H. Sillevis Smitt, N. A. C. Slotemaker de Bruine, Mej. W. S. F. Snijders en Mej. L. J. Th. Wirth, die allen hun weg naar lndië reeds gevonden hebben. Het resultaat der besprekingen was, dat besloten werd, dat de N.C.S.V. het initiatief tot dit werk zou nemen, en in het najaar 1921 vertrokken Dr. C. L. van Doorn en Mevr. W. S. F. van DoornSnijders daartoe naar lndië. In de daarop volgende jaren bestudeerden zij de Indische toestanden en de mogelijkheden voor de ontwikkeling van het werk, en langzamerhand werd het duidelijk langs welke lijn de ontwikkeling gaan moest, en ontstonden er op verschillende plaatsen kleine stekjes, die voor de toekomst goede hoop gaven. Na eenige jaren werken was men toen op het punt, waar een goede stap voorwaarts gedaan kon worden.

De ontwikkeling langs deze drie lijnen was tegen het najaar van 1925 zoo ver, dat de tijd gekomen scheen om eens nadere voeling met elkaar te nemen, en eens te overleggen, wat nu het eerst noodige zou zijn. Dat viel juist samen met de aankondiging van het bezoek van Dr. John R. Mort, dat deze in lndië dacht te brengen en terstond besloot men om deze gelegenheid aan te grijpen om dan tijdens dat bezoek ook een jeugdleidersconferentie te houden.

Zoo werd in Februari 1926 te Bandoeng de eerste jeugdleidersconferentie voor Nederlandsch-Indië gehouden. De deelname

Sluiten