Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zucht naar het goede. Bunyan werd vroom. Hij ging tweemaal ter kerke, had schier afgodische vereering voor wat met godsdienst saam scheen te hangen. Maar God kende hij niet in de eeuwige orde des rechts.

Toen kwam de tweede stap. Zijne vroomheid verloor haar glans. Er kwam een nevel van donkerheid, die de glans zijner vroomheid onderschepte. Voor zijn zielsoog doemde op de afgrond der zonde. Zijn leven verscheen voor hem in de donkerste kleuren. Evenals van Augustinus werd ook van hem gezegd, dat hij het te donker kleurde.

De geschiedschrijver Macauly zegt, dat wij hem als een voorbeeld voor anderen zouden hebben aangeprezen. Maar voor Bunyan zelf beteekent dat niet, want hij worstelde met hare werkelijkheid in al de ontzetting, die de werkelijkheid der zonde in zich draagt. Wat was Bunyans zonde? Hij was geen dronkaard, geen ontuchtige, maar hij, die zooveel eerbied scheen te hebben voor het heilige, stond ontroerd over den vloek, die uit zijn hart zoo dikwijls opging. De wereld oordeelt daarover licht, maar voor het schijnsel van Gods recht was hij er machtig door aangegrepen. Hij streed den innerlijken strijd met de werkelijkheid der zonde. Hij leed zooals een kind lijdt, dat in den nacht door bange droomen gekweld wordt over het kwade van den dag.

God betrok hem in het gericht. Bunyan speelde op Zondag en hij hoorde onder het spel een stem, die luide scheen te zeggen: wilt gij uw zonde laten en ten hemel gaan, of uwe zonde doen en ter helle varen ? Bunyan liet het spel. En na dit weer andere dingen als het dansen. En toen hij dat alles had laten varen, toen dacht hij: God zou een welbehagen in hem hebben.

En toen deed hij als velen, die schijnen vroom te zijn. Hij sprak veel over den godsdienst, hoewel hij God

mm

Sluiten