Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziedaar dus het leven der leer zelfs in het stuk der rechtvaardigmaking.

En toch geschiedt de rechtvaardigmaking buiten ons, zonder ons, over ons. De mensch leert haar kennen door het geloof, dat het oog ontsluit voor de daad des rechts, die Immanuels gerechtigheid tot de onze verklaart, eene gerechtigheid, die er reeds was, eer wij haar door het geloof ontvingen.

Gansch anders is het met de heiligmaking. Dikwijls wordt rechtvaardigmaking met heiligmaking verward. Hetzij door de eerste te doen vervloeien in de laatste, hetzij ook door de laatste te doen opgaan in de eerste. En hierbij komt dan nog dit, dat maar al te dikwijls bij de heiligmaking wordt vergeten, dat in de zaligmaking des zondaars de volstrektheid der genade alleen de kracht des levens is. Niet de zondaar, maar slechts God en Hij alleen is hier werkzaam. Zoo min als de doode opstaat uit zijn dood om zich te roeren tot het leven, zoo min kan zich de zondaar opheffen uit den afgrond van zijn zondedood tot het licht des levens. De bloemkelk keert zich tot de zon, niet door eigen vermogen, maar door de wondere trekking, die wegschuilt in de zonnewarmte en het zonnelicht.

Zoo ook hier. In de heiligmaking is het ook de alles vervullende genade Gods. Bij haar is echter geen sprake van toerekening. Zij heeft plaats in den zondaar. Maar het woord zelf kan ons reeds toelichten, wat zij is.

Heilig wordt genoemd hetgeen, afgezonderd van het gewoon gebruik, der Godheid toegewijd wordt. Heilig is des Heeren tempel, heilig zijn de vaten, waaruit aan Belsazar's laatste feestmaal zijne grooten zwelgen, totdat het geheimnisvolle schrift op den wand de vreugde verdrijft. Heilig is al wat voor Gods dienst is bestemd.

En nu is dit het ontzettende feit, dat een diepe scheur

Sluiten