is toegevoegd aan je favorieten.

Van den eeuwigen vrede tusschen wetenschap en religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardoor in oordeelsvormen, die de logica onderzoekt en qualificeert, de erkenning van een dynamischen samenhang mogelijk wordt.

Het denken schept alzoo eene ordening van het ééne na én in verband met het andere, komt tot een systeem van ordeningen, ten laatste tot de constructie van den alomvattenden samenhang, die met het woord „natuur" wordt genoemd. Op hare beurt is die slechts idee, uitdrukking eener eeuwige voor ons onvoltooibare taak. En in dit gansche proces is er dan alleen sprake van eene kennis der werkelijkheid als er een samenhang bereikt is, die niet anders gedacht worden kan. Dan worden nieuwe vragen geboren en de prikkel tot nieuwe denkarbeid gevoeld.1)

Zoo wordt dus de kennis een kennen der relaties en heeft de wetenschap de taak deze na te streven. Voor alle bepaalbaarheid is echter een constante onmisbaar. Het naief bewustzijn vindt die door de dingen als vast en onveranderlijk te stellen. De wetenschap zoekt ook onveranderlijke grondbepalingen, doch niet in de dingen, maar in de blijvende relaties, die deze' vervangen. En spreekt zij soms van iets, dat het laatste zou zijn, dan vergeet zij toch! hooit, dat daarmede het absoluut invariabele niet bereikt werd. *) Hare hypothesen handhaaft zij, totdat de kring harer ervaring zich weder heeft uitgebreid en zij onhoudbaar werden. De geschiedenis leert dan ook, dat hetgeen eeuwen onwankelbaar scheen door ééne nieuwe ontdekking bezwijken kan. Ook de wetenschap kent hare revoluties. Dit juist is het karakter der moderne wetenschap, dat zij steeds bereid is prijs te geven hetgeen zij meent vei kregen te hebben, indien het weten zijn eigen oude grenzen overschreed. Zij zet haar arbeid voort in strikte gebondenheid aan het kennen zelf. Dit exact en onbevoordeeld karakter draagt zij als zuivere toepassing der eenvoudigste denkfunctie.

Ook Binet's psychologische onderzoekingen wijzen in die richting. ' Hij waardeert 'het geesteleven als „une expression de tendances", die

') P. Natorp, a. a.0. S. 67. Aufgabe ist: Ordnung des Einen nach (d. h. gemasz) dem Anderen, wodurch ein System von Ordnungen, das heiszt eine Gesamtordnung entstehe. Eine solcbe ist in der Sprache der Mathematik: die Funktion, in der Sprache der Naturwissenschaft: das Gesetz.

S.68. Darauf beruht nach Kants Entdeckung, nichts geringeres als über- \ haupt der Begriff einer Natur, namlich die Möglichkeit, Natur als System von Gesetzen (dynamischen Verknüpfungen) überhaupt nur zu denken.

2) P. Natorp, a.a. O. S. 72. So sucht denn auch die Wissenschaft unveranderliche Grundbestimmungen. Doch sucht sie sie (wie Kant besonders schön ausgeführt hat) nicht mehr in sogenannten Dingen, sondern in beharrenden Relationen, die ihr fortan die Dinge vertreten müssen. Edmond Bouty, 1. c. p. 27. Nous sommes, par rapport au mécanisme ultime des choses, dans la situation d'un ouvrier a 1'égard d'une machine, dont certains organes sont seuls apparents; le feste se trouve placé dans un local inaccessible, ou du moins dans lequel 1'ouvrier n'a pas le moyen d'entrer.