Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII. Dewijl een Dienaar des Woords, eens wettelijk als boven beroepen zijnde, zijn leven aan den Kerkedienst verbonden is, zoo zal hem niet geoorloofd zijn, zich tot eenen anderen staat des levens te begeven: tenzij om groote en gewichtige oorzaken, waarvan de Classe kennis nemen en oordeelen zal.

XIII. Zoo het geschiedt dat eenige Dienaars door ouderdom, ziekte, of anderszins onbekwaam worden tot uitoefening huns Dienstes, zoo zullen zij nochtans desniettemin de eere en den naam eens Dienaars behouden, en van de Kerken, die zij gediend hebben, eerlijk in hunne nooddruft (gelijk ook de weduwen en weezen der Dienaren in 't gemeen) verzorgd worden.

De emeritus-verklaring geschiedt, indien noodig, op aanvrage van de belanghebbenden (hetzij Predikant of Kerkeraad) door de Classe, gesteund door de Deputaten ad Examina der Provinciale Synode. (Acta 1893; Art. 179.)

1°. De verzorging van Emeriti-predikanten en van Predikantsweduwen en -weezen, gegrond in den eisch van Gods Woord en voorgeschreven door Art. 13 K. O., is niet zaak der barmhartigheid ; maar recht der genoemde personen, en plicht der betrokken Kerken.

2°. Hierbij zal in de eerste plaats de plaatselijke Kerk, in welke Ëib^v'. zij het laatst dienden (geholpen door de Kerken, in welke zij voorheen gediend hebben) te zorgen hebben. Voor zoover deze Kerken hierin zelve niet genoegzaam kunnen voorzien, wordt het ontbrekende aangevuld uit de Algemeene Kas, die onder beheer staat van de Algemeene Deputaten ad hoe, van welke door elke Provinciale Synode, als daartoe door de Generale Synode gemachtigd, één benoemd wordt.

Sluiten