Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4°. De vereeniging moet geschieden tusschen de bedoelde Kerken als zoodanig, zoodat allen, die bij haar eenig ambt bekleeden, nu te zamen en op den voet van volkomene gelijkheid den éénen Kerkeraad vormen ('t geen natuurlijk niet wegneemt, dat de ouderlingen en diakenen, zoo dit ergens wenschelijk mocht geacht worden, terstond na de vereeni. gen allen kunnen aftreden), en zoodat die ééne Kerkeraad dan bij al wat hij heeft op te teekenen nieuwe boeken daarvoor aanlegt.

5". Bij de vereeniging moet van kerkelijke regelingen enkel datgene blijven gelden, wat de bedoelde Kerken toch reeds gemeen hadden of wat zij bij de voorafgaande onderhandeling met onderling overleg vaststelden, met vervallenverklaring van alle huishoudelijke bepalingen, die iedere Kerkeraad voor zichzelven gemaakt had.

6°. Het besluit tot vereeniging treedt eerst in werking, als de acte, waarbij zij geschiedt, door de Classe is goedgekeurd, nadat deze onderzocht heeft, of de onder 1—5 door de Synode vastgestelde regelen daarbij' inderdaad zijn in acht genomen, en of er geene bijzondere bepalingen in voorkomen, waarvan blijkbaar is, dat zij öf in de gemeente öf voor de andere Kerken een bron moeten zijn van allerlei moeielijkheden.

En 7°. Bij het in werking treden van de vereeniging moeten terstond de vereischte dfficieele mededeelingen gedaan worden door de zich vereenigende Kerkeraden aan de Regeering en aan den Burgemeester der gemeente, en door de Classe aan de kerkelijke Deputaten voor de correspondentie met de Hooge Overheid.

De Synode vestigt de aandacht der Kerken op het volgende advies over hetgeen er bij de plaatselijke ineensmelting te doen is; niet om eenige Kerk daaraan te willen binden, maar om Kerkeraden, die in deze zaak eenige voorlichting wenschen, hieraan zooveel mogelijk te helpen. Omtrent den te volgen weg wordt alzoo aangeraden: dat de bedoelde Kerkeraden, voor zooveel het nog noodig is,

Sluiten