Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kruist. Wie is Jezus Christus? "Hij is de drager van de volheid Gods, Hij is God geopenbaard in het vleesch; het levend en zigtbaar beeld van den onzienlijken Vader, der menschen voorbeeld, leeraar, overste leidsman, de brenger en bemiddelaar van alle heil, de fontein des eeuwigen levens, de eenige naam door welken men zalig kan worden," en iets vroeger, "Hij was de Koning van het ware Godsrijk, de Middelaar des Nieuwen Verbonds. (Intreêrede pag. II).

In het geschrift van Dr. Meijboom getiteld "Hoofdzaken der Christelijke waarheid," leest men: "Zijne discipelen noemden Hem den eengeborene Gods, den eenige in grootheid onder alle Gods kinderen, den eerstgeborene der geheele Schepping, dat is: degene, die het eerst van alle wezens zijn leven van God ontving Hij die het leven

Gods, op aarde geopenbaard had, wordt ook de Vorst des levens, de openbaring van de eeuwigheid van dit leven (pag. 74). Gods grootheid wordt zigtbaar in Hem, zijn leven is uit God, zijne betrekking tot God is de naauwste die er denkbaar is, zijn werk is Gods werk. Alles wat het denkbeeld van Zoon in zich sluit, dat zien wij in Jezus, als wij hem in zijne betrekking tot zijnen Vader gadeslaan. God geopenbaard in het vleesch, Gods leven in een mensch zigtbaar geworden1 — zoo kunnen wij hem het best noemen, (pag. 73). Hem noemen wij den onderkoning der schepping, door wien alles bereid wordt en toegebragt tot zijne bestemming. Noemen wij dan den Vader de godheid, wij mogen den Zoon te regt eenen god noemen; heet God. de koning des Heelals, wij zouden den Zoon den onderkoning 2 mogen heeten." Dr. Meijboom zegt intusschen elders : "Het Evangelie gaat niet al/een van de veronderstelling uit dat er een eenig Opperwezen is, maar van de bepaalde overtuiging dat er maar één god is. (pag 97).

Christus en de Vader zijn dus niet Een, maar de Vader •

1 Gods leven wordt ook in de natuur zigtbaar; en toch is de natuur wel "eene openbaring Gods," maar niet "God geopenbaard."

2 In de Intreêrede van Dr. Meijboom pag. 16, wordt de Heer J. C. niet Onderkoning maar Koning genoemd.

Sluiten