Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor ons leed, aan die zachtmoedige liefde, die niet ziet op 't geen het hare maar slechts op 't geen des anderen is; in één woord, te belijden en onverholen te erkennen, dat wij, hoe hoog ook naar de wereld bevoorregt, op eenen schier onmeetbaren afstand staan van dat reine beeld des waren Menschen, 't welk in Christus Jezns ons voor oogen treedt! Dat alles levendig te beseffen en te erkennen, om dan met den tollenaar te zeggen: O God! wees mij zondaar genadig! ziedaar hoe de Christen in ons geboren wordt. Dat is die overgang in ons gemoedsleven, waarbij de mensch de wereld en zich zeiven verloochent, en dien het Christendom van allen, die in zijne gemeenschap wenschen te worden opgenomen, verlangt en eischen moet. Dat is de hooge beteekenis van het kruis van Christus; dat is het heilige lijden, dat in het leven van eiken Christen plaats grijpen moet; dat is die Goede Vrijdag, dien wij allen met al zijne smarten en verschrikkingen doorleven moeten! ja, wij allen — al is het ook niet, volgens het gevoelen der Methodisten, allen op dezelfde — dan toch ieder op zijne wijze. Dan is onze ziele bedroefd tot den dood toe, dan zitten wij, gelijk de verloren zoon, ongetroost op de eenzame woestenij der wereld neer en gevoelen dat wij zoo ver, zoo ver van 't Vaderlijke huis zijn afgedwaald; dan beginnen wij de hand weder uit te strekken naar het verloren Paradijs en zweeft het woord: mijn God, mijn God! waarom hebt gij mij verlaten? ons op de lippen! Dan klagen wij met Christus: //mij dorst!" omdat onze brandende tong behoefte heeft aan verkoeling en ons hart schreeuwt naar den levenden God, als een hert dat naar water-

Sluiten