is toegevoegd aan je favorieten.

Christologie en triniteit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet een natuurproces in den tijd, allerminst iets als een chemisch proces; maar een processus, een voortschrijden, dat onafscheidelijk is van het leven. Ten onrechte heeft men proces in tegenstelling met drama gebruikt, alsof het eene het andere buitensloot. Het dramatische is moment van het hier bedoelde proces, en hoe hooger de bewustwording stijgt, hoe meer het dramatische in het proces op den voorgrond treedt.

Het woord eenheid zelf levert ons een voorbeeld van onverstandige, of liever meer dan verstandige, redelijke Drieeenheid. Wij spreken n.1. van den chaos als van eene eenheid, en bedoelen dan eene ongeordende, ononderscheiden massa; | alles daarin is eenerlei; dat is de onbepaalde eenheid, eene eenheid van niets. Bepaalde eenheid staat tegenover eene veelheid van eveneens bepaalde eenheden; deze eenheid is ' uitsluitend. De eenheid in den derden en hoogsten zin is de Veeleenigheid; dat is de ware eenheid, die de veelheid niet uitsluit doch insluit. De ware eenheid is geene doode afgetrokkenheid, niet de eenheid van den nacht, waarin alle katten grauw, zijn, niet de eenheid van den chaos, waarin de lichtstraal des Geestes nog geene scheiding en dus ook nog geen orde heeft gebracht; de ware eenheid staat evenmin vijandig tegenover de veelheid, alsof deze haar* beperken en buitensluiten zou; de ware eenheid is de ideëele eenheid van het vele, zooals bijv. het leven van het organisme niet buiten en tegenover de vele organen mag worden gedacht, maar de totaliteit daarvan is: de ééne idee, die zichzelve hare vele organen schept.

In het Jodendom is God de abstracte eenheid der verstandelijke uitsluiting. „Hoor, Israël, de Heer onze God is een éénig Heer!" Het Jodendom heeft hem steeds verder boven de wereld uitgedacht, transcendent, boven lucht en wolken, aan gene zijde van de sterren. Daarentegen zagen de heidenen het goddelijke als eene veelheid van goden, die zich in allerlei natuurverschijnselen openbaarden. Hierin sprak het juiste besef, dat de Natuur niet van God verlaten kan worden geacht. Het Christendom erkent de verhevenheid Gods boven de wereld als Vader en de eenheid Gods met de wereld in den Zoon) maar God is meer: Hij is Heilige Geest. Hij zit niet achter of in de zichtbare wereld, maar Hij is de macht, die al het zichtbare schept om het te overwinnen. Vader, Zoon en Geest, zij» zijn niet te scheiden: het goddelijke boven dé Natuur als haar Schepper; het goddelijke in de Natuur als de ziel en het wezen der dingen; het goddelijke, dat in het_natuurlijke zich boven het natuurlijke verheft als de Heilige Geest, die de Schepping herschept tot geestelijke" eenheid. Zoo is God levende God; leven is veranderen en niettemin dezelfde blijven. Wij blijven