Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der dingen. Gelijk Schelling het zoo goed heeft uitgedrukt: „Zooals een planeet, wanneer zij zich het verst van haar centrum „heeft verwijderd, weder daartoe begint te naderen; zoo is de „ikheid van den mensch, het zichzelf willen zijn, de uiterste „verwijdering van God, maar tegelijk ook weer het punt van „terugkeer tot God."

Angelus Silesius, III 92 drukt hetzelfde aldus uit: JNichts Edïers ist nach Gott als meine Seel' allein: Wend 't sie sich von ihm ab, so kann nichts Schnöder's sein. God is in alles, of alles is in God. Maar de mensch is de1 hoogste openbaring; de Menschwording Gods de kern van de religie. Jodendom en Mohammedanisme weten daarvan niet, maar evenmin de verstandsverhchting van den nieuwer en tijd, die, naar het woord van Hegel, in dit opzicht tot de Turksche voorstelling is overgegaan. Voor haar is God eene abstractie, een Jenseits, het tegengestelde van ons menschelijk bewustzijn, een gladde, ijzeren muur, waartegen de mensch niet anders kan doen dan zijn hoofd stooten.

Met den Christelijken eisch ,God in geest en waarheid te aanbidden komt de hoo vaardige en fanatieke deemoed van het God niet-wülen-kennen in strijd. Het denken is het menschelijke in den mensch en zonder denken is er niets waarachtig menschelijks. In al de vermogens van onzen geest doet het denken mede. Wie God tot het ondenkbare verklaart, stelt een Chineesche muur tusschen God en zichzelven, maar bedenkt allicht niet, dat die muur behalve hemzelven ook God beperkt; het denken van de ondenkbaarheid Gods is in de geschiedenis der wijsbegeerte op zeker oogenblik onvermijdelijk, maar niet minder onhoudbaar. De Godsgedachte als de gedachte van het Absolute blijkt, nader doordacht, in te sluiten, dat God onze muren alle neerhaalt en het goddelijke denken in ons zichzelf denkt. Onze kennis van God is goddelijke zelfkennis in en door ons.

Men is geneigd te vragen, of het geen zelfoverschatting van den mensch is te meenen, dat hij zoo centrale plaats inneemt in den kosmos. Tot die vraag en tot den twijfel, die daarachter ligt, komt geen ander schepsel dan de mensch; ook hierin is hij superieur. Alle bezwaren tegen het denken opperen de menschen... al denkende. Ten slotte komt het er slechts op aan, of het denken tot zichzelf gekomen is. Zonder de scholing, die de leer van Zuivere Rede geeft, zal men licht een partijganger worden van het Scepticisme of het Agnosticisme, tenzij men zich in de armen werpt van een of ander Dogmatisme. God schept Zichzelven in menschenharten; Hij brengt zichzelven in ons voort: een eeuwig scheppingsproces. Zijn eeuwig wezen is ons eeuwig wezen, Zijne Oneindigheid niet

Sluiten