is toegevoegd aan je favorieten.

Christologie en triniteit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naast tallooze anderen ten bewijze, dat iets van de door ons doordachte waarheid ook elders is vermoed en voorgevoeld. Als de tijden rijp zijn komt zij in zuiverder vorm voor den dag; nog weer, later wordt haar wijsgeerig gehalte herkend. Dan maken mythologie en dogmatiek plaats voor zelfbezinning, die echter mythe en dogma in hunne betrekkelijke waarde laat.

Het eene, het Absolute, het Oneindige en Eeuwige stelt zich als Veelheid; het Volstrekte als het Betrekkelijke; het goddelijk Zelf individualiseert zich in tijd en ruimte, de Idee wordt Natuur. Alle dingen zijn in den Logos gegrond; en ten slotte wordt de Logos mensch. In den mensch, als hoogtepunt van de evolutie der aarde, wordt de Idee zich bewust, hij is de Godmensch; aan hem wordt het openbaar, dat de Geest de waarheid is. Naar het diepzinnige woord van Pythagoras: „de menschen gaan daaraan te gronde, dat zij het begin „niet kunnen vastknoopen aan het einde", is het leven van den natuurlijken, nog niet geestelijken mensch een halve cirkel; de andere helft, de harmonische voltooiing, is de terugkeer tot zichzelven, tot het ware Zelf. Het is het oude «fr, de mystieke formule van de Al-eenheid, voorgesteld onder het beeld van de slang, die haar staart in den bek houdt. God is niet *de beweginglooze rust, niet de Idee in Platonischen zin; Hij is als de Logos van Hêrakleitos met zijne innerlijke bewogenheid en spanning, zijne TtaKvrpoma &pitövca> waardoor dë tegenstellingen worden verzoend. Het is de spanning van Zijn en Niet-zijn in de Idee, waarover Bierens de Haan spreekt. *) De Idee verwerkelijkt zich langs den weg der tegenstelling. De eeuwig scheppende Vader en de eeuwig teweeggebrachte Zoon zijn één in den Geest. Dit is de wederkeerigheid van de werkelijkheid, die* in onzen geest tot hare waarheid komt. In den kleinen mensch spiegelt zich de groote wereld, maar in de groote wereld spiegelt zich ook de kleine mensch. Als mikrokosmos zijn wij het Oneindige in den trant der nietigheid. Maar in ons begrip komt de Makranthropos, de wereld, tot zichzelf. Onze kennis van God is Gods zelfkennis. Onze nietigheid is van het Oneindige vervuld. „Est quaedam imago Trinitatis ipsa mens" 2) De eindige, zichzelven zoekende en zichzelven bedoelende mensch is ten ondergang gedoemd, geboren in den tijd en voor een tijd. Maar hij wordt aan het kruis genageld, om zich het Eeuwige bewust te worden, waaraan hij deel heeft. Het kruis is symbool van lijden en dood,

*) Onze Eeuw, 1922, blz. 102. *) Augustinus, de Trin. : 9: 12.