Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als wy' van God worden aangesproken dan hebben wy kunstmatig niets meer, dan worden wy waar voor God. Van nature hebben wy' den dood weggedacht en een voorzichtig verdrag gemaakt met hetgeen wat achter den dood ligt, maar als wy' van God zyn aangesproken, menschen dan is de dood zoo kort by' en elk oogenblik zyn wy' in gevaar om te sterven en nu staan wy hier by de groeve van onzen leeraar. Ach geliefden, wat man leeft er die den dood niet zien zal. Hy' moest ook komen te, sterven, er is ook aan hem bevestigd: „Uit stof zyt gy' en tot stof zult gy wederkeeren." Maar geliefden, als het nu hier geleerd wordt dat wy' in onze zielskennisneming sterven mogen, hier op aarde aan de wereld, sterven aan de zonde, sterven en aan ons eigen, waar alleen het ware leven in Jezus gekend wordt. Maar wat zal dat wezen als eenmaal die dag aanbreekt dat ze leven om met meer te sterven. O twee zaken zegt de Godgeleerde Smytegelt tegen dat volk. Wat zyn die? Hy zegt dat er een dag mag wezen dat gy' geboren zyt, d.w.z. dat het aanvankelijk levende zaad in uw ziel mag gelegd worden. De tweede, de dag dat gy sterven moogt.

Nu onze oude leeraar heeft verschenen Donderdag het ty'deljjke met het eeuwige verwisseld en geliefden, nu wordt er weieens gezegd, dat wanneer wy de mensch in de schoot der aarde leggen, daar heeft hy zyn laatste plek niet, neen geliefden, als die dierbare Zoon in het hart der aarde was gebleven dan konden wy' het wel opgeven. Maar hy is verrezen uit de aarde en nu zullen alle menschen die plek komen in te nemen. Maar het is het laatste plekje niet en daarom Joh. schrijft ervan „Zalig zyn de dooden die in den Heere sterven van nu aan", enz. Daar gaat hy' voor een oogenblik geliefden in den schoot der aarde, maar de wormen zullen alles niet opeten, neen er zal stof overblijven en dan zal het oogenblik aanbreken dat wy

Sluiten