Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hy wordt zoo ontdekt en ontbloot dat dit ook niet meer kan.

Een vreemdeling van God te wezen. Menschen vervreemd van God onzen Schepper, vervreemd van onzen weldoener, waarin wy geleefd hebben in ons verbondshoofd Adam en nu vervreemd. En wy roepen wyk van ons, want aan de kennis uwer wegen hebben wy geen lust. Zoo zyn wy vervreemd. En nu zegt Paulus, geen vreemdeling meer, geen bywoner, het is een stapje nader, een bywoner dat kunnen wy zien in de natuur. Als iemand dienstbaar is en dagely'ks in zyn huis verkeert dan kan men niet hooren aan de uitdrukkingen dat hy' een bywoner is, want zoo iemand gaat zeggen: dat is het onze en dat is het onze. Dus daarom zou het kunnen bestaan, dat wy bywoners zyn geliefden, doch dan zyn wy" geen erfgenamen, al zouden wy het woord onze al voor ons genomen hebben, doch als degenen die wij dienen komt te sterven dan zyn wy' geen erfgenamen. Geen vreemdelingen en bywoners, maar medeburgers der heiligen. O geliefden, een medeburger, wy staan hier in de plaats St. Philipsland, dat zyn de burgers van St. Philipsland en die staan opgeteekend in het register op het dorpshuis. De statuten vermelden die van de oudste tot de jongste toe en zoo kan vermeld worden hoeveel zielen dat zoo'n gemeente telt. Dus zoo'n medeburger in het dorpshuis. Maar geliefde er is genade noodig om een medeburger der heiligen te wezen en dat is hy daar geworden, dat lag in de eeuwige verkiezing Gods, het is waar een ziel die wat van God leert, keert in en zegt als het waarheid mag wezen: „waarom toch". Dan gaat hy het by zichzelven zoeken. Maar geliefden, het waarom zal by' hemzelven niet te vinden wezen. Het is daarom dat hy' een medeburger der heiligen wordt, een huisgenoot Gods, n.m.1. om de eeuwige verkiezende liefde wat wy' van morgen ge-

Sluiten