Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de traditie, maar, volgens de Schrift zelve, alleen werd toegepast op zuiver religieuse waarheid, en trad, na drie jaren te hebben doorgebracht op mijn Wartburg, zooals mijn leermeester royaards mijn verblijf te Franeker placht te noemen, met de aanbeveling dier denkbeelden op in de rede, waarmee ik in 1843 het Professoraat alhier aanvaardde, en later uitvoeriger in mijne „Leer der H. kerk in hare grondbeginselen" in 1848.

Had men mij te Utrecht geleerd, dat de waarheid van jezus' leer hare bevestiging vond in zijne wonderen, ik verwierp die wonderen, ofschoon reeds met twijfel aan de berichten aangaande jezus' geboorte en hemelvaart, wel niet als historie, wanrvoor mijn critisch standpunt nog niet rijp was, doch maakte al vast de opmerking, dat jezus op zijne wonderen, gebeurd of niet gebeurd, zelfs op het feit zijner opstanding, de waarheid der godsdienst niet had gebouwd; gewaarschuwd had tegen valsche profeten, die ook teekenen en wonderen doen zouden en zelfs de uitverkorenen verleiden; zijne wonderen eischende tijdgenooten een boos en ongodsdienstig geslacht genoemd en geweigerd had een ander teeken hun te geven dan de macht der waarheid, die voor zich zelve sprak, en hoe hij, met betrekking tot den eisch om zich van zijn herleving door zichtbare en tastelijke bewijzen te overtuigen, hen zalig genoemd had, die aan het bovenzinnelijke gelooven zonder zien.

Sluiten