Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I Inleiding

Het beschrijven van den godsdienst van Israël in een populair geschrift brengt tegenwoordig eigenaardige moeielijkheden mee. Zelfs omtrent allerlei hoofdvragen bestaat geen eenstemmigheid. Voor 25 jaar was dat nog anders. Toen werden vrij algemeen de lijnen gevolgd, door Kuenen, Stade, Wellhausen e. a. getrokken met groote genialiteit. Het was de lijn van het evolutionisme, volgens hetwelk Israëls religie zich rechtlijnig ontwikkelde van nomade n-religie met zijn animistisch dsemonen-geloof, via de b o e r e n-religie der Kanaaneesche kuituur met zijn vegetatie-kultus, naar de profete n-religie, die het ethisch Jahvisme zou hebben voortgebracht en eindelijk de w e t s-religie, die dan als neerslag der profetisch prediking wordt opgevat. Tijdens dit proces, dat met veel scherpzinnigheid werd geteekend, zou dan Jahve, Israëls god, zich van een fetisch-daemon tot volksgod en straks tot wereldgod hebben ontwikkeld.

In dien doctrinairen vorm wordt deze opvatting tegenwoordig waarschijnlijk door niemand meer aanvaard. Niet dit geldt als het hoofdbezwaar: dat er, vooral voor den oudsten tijd, te veel constructie in zit, want door het gebrek aan voldoende gelijktijdige bronnen uit den vóór-koningstijd zal elke beschrijving van Israëls religie, tot constructies de toevlucht moeten nemen, — maar dit: dat men daarbij van de foutieve veronderstelling uitging, dat Israëls optreden in de wereldgeschiedenis ongeveer aan het begin van het kuituurleven staat. M.a.w. men hield Israël voor een oud volk, dat dus in zijn eerste verschijnen noodzake-

Sluiten