Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk primitieve denkbeelden moet hebben gehad, zoodat ook zijn godsdienst aanvankelijk niet anders dan geesten- en dsemonengeloof kan zijn geweest.

Die opvatting is foutief gebleken. Israël is geen oud, maar een jong volk, d.w.z. daar waar Israël in het licht der historie als volk optreedt (tijdens Mozes), is het kuituurleven der vooraziatische volken alles behalve primitief. Integendeel: de opgravingen, der laatste 25 jaren vooral, hebben eiken twijfel weggenomen aan een eeuwenlange voorafgaande ontwikkeling in Babel, Egypte, Klein-Azië, Syrië en Palestina. Meer dan 1000 jaar vroeger hadden zich in Babel en Egypte staten gevormd, met een sociale wetgeving (wetboek van Hammoerabi), die noodzakelijk zelf weer eeuwen van ontwikkeling achter zich moet hebben.

Die volken en kuituren der grijze oudheid stonden niet los naast elkaar. Er was een levendig verkeer. Tal van opgegraven documenten getuigen daarvan. Egyptische goden waren in Babel niet vreemd, Babylonische letterkunde werd in Egypte beoefend. Kanaan was (± 1400 voor Christus) aan Egypte onderworpen, de stadhouders van Jeruzalem, Megiddo, Sidon, Askelon, Gebal e.a. schreven brieven aan den Egyptischen farao in Babylonisch spijkerschrift. Ook onderling schreven Kanaaneesche vorsten elkaar in het Babylonisch, en het is wel zoo goed als zeker dat Israël, in Kanaan komende, daar mét de Babylonische taal ook de Babylonische litteratuur zal hebben ontmoet. (Verhalen van schepping en zondvloed enz.).

Kanaan zelf had een zeer gemengde bevolking, welke wij onder den naam Kanaanieten plegen samen te vatten. Daaronder behooren zoowel Semietische (Amorieten, Arameërs) als ook niet-Semietische volksstammen: Hethieten, Indogermanen of Ariërs, ieder met hun eigenaardigheden en kultus, maar over al deze volkenstammen heen lag als een net de Babylonische kuituur gespannen.

Sluiten