Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de Hollandia-Drukkerij te Baarn is onlangs verschenen: Graaf HERMANN KEYSERLINQ

- HET REISDAGBOEK VAN EEN PHILOSOOF

GEAUTORISEERDE NEDERLANDSCHE VERTALING VAN J. L. PIERSON MET EEN PORTRET VAN DEN SCHRIJVER

Twee deelen (980 blz.) — , f 10.— ing.; f 13.— geb.

Mr. P, H. Ritter Jr. : „Een van de merkwaardigste geschriften der moderne Europeesche letterkunde..."

ï Dr. W. j. Aaldkrs in Stemmen des Tijds: „Hij reist om zich zelt — d. i. het kleine persoonlijke ik — te ontvluchten en tegelijk zich in grooter, bovenpersoonlijken samenhang terug te vinden.

„Men begrijpt onmiddellijk, dat wie zóó reist iets méér doet dan zijn Baedeker volgen, en dat zijn Reisdagboek van belang moet zijn.

„Dit boek is buitengewoon rijk van inhoud. Over hoeveel handelt het: over wijsgeerige, religieuze, ethische, esthetische onderwerpen. Over vragen van racialen, economlschen en politieken aard. Ook dieren, planten en menschen ontgaan niet aan de aandacht van dezen reiziger. Wat is de wereld toch rijk en groot, als men haar slechts vermag te zien. — Deze cultuur-philosoof is kunstenaar. Hij weet te verbinden, beweeglijk te maken, leven in te blazen..."

Dr. K. F. Proost in De Hervorming: „De schrijver omvat de wereld ln zijn blik, vergelijkt, weegt, doorvorscht, merkt op, maar altijd treft de blik dien hij diep in de dingen werpt. En gij kunt studeeren in vreemde godsdiensten, in handboeken of andere, maar vele waarin gij zoo levend, zoo diep en tegelijk zoo practisch in de problemen wordt Ingeleid, zult ge niet vinden...

„...overal opent Keyserling vergezichten, bekijkt hij de dingen van een kant, waaraan ge nog niet gedacht hadt. Hij dwingt tot verdieping, hernieuwde verdieping in tal van levensvraagstukken...

„Terecht spreekt de vertaler van den magnetischen invloed dien men bij lezing zal ondergaan. Want zeer stellig gaat deze van dit boek uit".

Dr. j. D. Bierens de Haan in Onze Eeuw, schreef, na de vraag gesteld te hebben, of een vertaling van dit boek wel noodig was, o. m. het volgende: „Bij de lezing van het Hollandsche boek werd ik al meer voor de vertaling gewonnen. Inderdaad: dit belangrijke boek neemt in aan t r e k k el ij k hel d door zijn vertaling toe. Het is voor den vertaler een behoefte geweest om het werk, dat hem lief was, zoo dicht mogelijk in.zijn eigen gedachteleven te betrekken, en dit was slechts mogelijk door in eigen taal over te denken wat Keyserling in de zijne had uitgesproken. Wanneer ik het boek in Duitsch origineel en in Nederlandsche overzetting vóór mij heb, kies ik onwillekeurig de laatste, niet om een grooter begrijpelijkheld die het boek daardoor heeft, maar door een meerdere intimiteit..."

Sluiten