is toegevoegd aan je favorieten.

De laatste preek in de oude- en de eerste in de Nieuwe Kerk der christelijke gereformeerde gemeente te Middelstum, uitgesproken op Zondagen, den 9 en 16 Januarij 1870

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weldaden geen aanspraak -kunnen laten gelden, dan zien wij volkomen, hoe God het regt heeft om zich voor ons te verbergen, zijn aangezigt te onttrekken en voor de toekomst ons aan ons zeiven over te laten. Al zijn wij zelfs een Mozes, een Aaron gelijk, of overtreffen wij een Jozua ook, wij hebben alles verzondigd, en missen in ons zeiven eiken grond om zelfs den geringsten zegen te kunnen verwachten. Niemand onzer is het waard, dat God met hem zoude optrekken, en wie ook maar de geringste mate van waarachtige zelfkennis bezit zal dit gereedelijk toestemmen. Waar Gods Geest het oog der ziel heeft geopend en met zijn licht het harte verlicht , daar zal men moeten erkennen: daar is en daar blijft behoefte, dat God zich in liefde en gunst tot ons blijft wenden.

Bij al de regtmatige blijdschap dan, die heden ons harte vervult en ons reeds nu met vreugde aan den aanstaanden rustdag doet denken, waarop we met vrolijkheid des harten het nieuwe bedehuis hopen binnen te treden, blijven we klein en kinderlijk en ootmoedig en blijve het de innerlijke bede des harten: »Heere, als wij heengaan, trek Gij dan met ons op!"

m.

Waarachtige ootmoed; gevoel van kleinheid en onwaarde, juist hierin vinden wij den weg, in welken de behoefte aan de zalige nabijheid Gods bevredigd kan worden, 't Is immers Gods eigen woord T. , behoeftigen, nooddruftigen, armen van geest, vèrslagenen des harten en treurenden over hunne