Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zondaar redding en behoudenis is, die op deze plaats, waar ik héden nog sta, voor u en voor mijn grooten Zender mijn hart zoo kinderlijk openlegde en mijn dienst en mijne liefde u zwoer? en die de bewijzen uwer belangstelling en de trouw mijns Gods hier zoo dikwijls ervoer? — Neen, voorwaar! al zal straks de eene steen hier niet meer op den anderen steen worden gelaten, naar de kale plek zal dan nog gedurig onze blik zijn geslagen en van deze ten hemel met ootmoedigen dank voor zooveel goeds, als we hier dikwijls genoten.

Nog éénmaal dan, maar ook voor het laatst, ons hart hier uitgestort in ootmoedig gebed, — nog éénmaal onze lofzangen hemelwaarts gezonden, — nog éénmaal den zegen des Drieëenigen over uwe hoofden uitgesproken, — nog éénmaal, maar dan ook voor het laatst, onzen blik in het rond, en wij gaan van hier henen, doch niet dan met de stille bede des harten: »Heere, trek Gij met ons op!" Amen.

Sluiten