Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien ik reize, en mij gegeven zal hebben brood om te eten, en kleederen om aan te trekken; en ik ten huize mijns vaders zal wedergekeerd zijn: zoo zal de Heere mij tot een' God zijn. En deze steen, dien ik tot een opgerigt teeken gezet heb, zal een huis Gods wezen, en van alles, wat Gij mij geven zult, zal ik U voorzeker de tienden geven!"

Maar wat maakte nu eigenlijk deze plaats tot een huis Gods, een poorte des hemels? Niet Jakobs steen, noch de olie, waarmede hij dien wijdde, maar veelmeer wat Luther zegt: «Hier heeft God zelf een kansel opgerigt, en gepredikt, dat de kerk altijd zijn zal. Jakob is toehoorder met de engelen. Gij moogt echter — zoo gaat de groote hervormer voort — gij moogt echter niet naar Sint Jakob loopen, maar zie met geloof op de plaats, waar het woord en de sacramenten zijn, daar is de poort Gods en des hemels." — En als christenen , die gelooven aan het persoonlijk bestaan van God, en op grond van de schrift en eigen ervaring gelooven aan eene gemeenschap met God door zijn woord en door de sacramenten, die Hij zelf ingesteld heeft, kunnen we althans allen met dit woord van den hervormer instemmen.

Maar dan behoeven we ons ook voor niemand uwer meer te regt vaardigen, wanneer wij een huis als dit, dat geene andere bestemming dan tot die gemeenschapsoefening heeft, bij onze eerste godsdienstige zamenkomst in hetzelve aan de dienst des Allerhoogsten toewijden als: een huis Gods, en een poorte des hemels; want aan zoodanige plaats zullen wij ervaren :

Sluiten