Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er zou op zuiver Katholiek standpunt niets tegen in gebracht kunnen worden, dat zij zich voorloopig afzonderlijk organiseerden. Niet geloovende aan de onfeilbaarheid van den Paus, konden zij verschillende gemeenten oprichten, welke bediend door die bisschoppen aan het oude geloof getrouw bleven, in de hoop dat de tijd en de ondervinding met de Voorzienigheid zouden meêwerken om de Roomsche Kerk uit die netelige verwarring te helpen, waarin zij vervallen is.

Aan niets zou het hun middelerwijl ontbreken. De bisschoppen konden van hun kant de heilige wijdingen en de goddelijke macht, die daaruit voortvloeit, mededeelen aan priesters, die met dezelfde beginselen bezield zijn. De leeken vonden in de priesterlijke bediening de verzekering der zonden vergeving en zaligheid, welke zij niet kunnen ontberen. De mis was dan wettig, evenals de absolutie en het laatste oliesel. In éen woord, er was niets veranderd dan de betrekking met den verblinden paus, en men zou zich van den verblinden paus beroepen op den beter ingelichten.

Maar, de Oud-Katholieken in Duitschland en elders kunnen op geen enkelen bisschop wijzen! Zij, die op het Concilie zich krachtig deden gelden, hebben zich later onderworpen en durven hun oppositie niet volhouden. De Oud-Katholieken zien zich derhalve genoodzaakt om öf hun verzet tegen het nieuwe leerstuk op te geven öf zich het gemis te getroosten van de genademiddelen, die op hun standpunt

Sluiten