Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

senisten en denRoomschen stoel tot een enkel niets beteekenend punt konden teruggebracht worden, een kleinigheid, die voor een zoo kerkelijk en voorzichtig man als de Aartsbisschop was, onmogelijk eenig bezwaar kon hebben. Van Santen begreep volkomen, wat de Nuncius met dat «niets beteekenend" punt bedoelde, en zeide: »Ik begrijp u — de formule, (waarbij Jansenius en de «beruchte vijf stellingen werden veroordeeld)." De Aartsbisschop weigerde echter die formule te onderteek enen, ofschoon de Nuncius (die niet vorderde met zijne vleiende betuigingen) bij hem aandrong met de woorden: »Het is een bloote vorm; al wat ik vraag, is, dat gij uw naam zet op een strook papier en daarmede is alles in orde."

Met verontwaardiging antwoordde Van Santen: »Een vorm heeft een beteekenis, en ik kan geen document onderteekenen en bij eede bevestigen, tenzij ik verzekerd ben in mijn geweten voor God van de waarheid van datgene, waaronder ik mijn naam zal zetten.

De Nuncius. — «Maar gij zijt in uw geweten voor God gebonden om het gezag van den H. Vader te erkennen, en wanneer Z. H. u van de waarheid der formule verzekering geeft, dan is zulks voldoende om iedere bedenking weg te nemen. Alle twijfel spruit bij u voort uit een persoonlijke meening, terwijl van den anderen kant het volle gezag staat, beide om u te onderwijzen, dat de formule waarheid behelst, en om van u teeischendat gij die waarheid als ontwijfelbaar erkent."

Sluiten