Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen op de landverhuizers moet nederkomen. De landverhuizers uit Tubbergen, waarvan de Staatscourant met zooveel ophef melding gemaakt heeft, zijn hiervan een sprekend bewijs. Daar wij echter geen stukje schreven voor Amerika, maar voor Nederland, zoo hebben wij hierop niet bijzonder gedrukt.

De vertrekkenden, die in den grond met mij vereenigd zijn, heb ik ook niet in het bijzonder toegesproken, dewijl ik oordeel, dat deze in dit getuigenis aan mijne zijde staan Ik reken echter niet, dat daarom deze allen schuldeloos zijn ten aanzien van Nederland. Een ieder heeft op de eene of andere wijs mede bijgedragen tot de algemeene ellende. TVwnneer iemand zich daarvan vrij wanende, in koogmoed op anderen nederziende, Nederland wil verlaten, hij zal de gevolgen van zijnen hoogmoed elders ondervinden; het zal gewisselijk over den zoodanige bevestigd worden, hoogmoed komt voor den val. Ik reken, het als een bijzonder bewijs van Gods goedertierenheid, dat Hij aan Zijne kinderen nog eene wijkplaats vergunt, waar zij den ondergang van hun diepgezonken vaderland kunnen ontvlugten. Wij rekenen echter die erkentenis eene dringende behoefte voor alle vertrekkenden, zoo- zij op eene gelukkige uitkomst willen rekenen. Voor het vertrek, de reis, de keus der plaats ter vestiging, de vestiging met alles wat daaraan verbonden is, hebben wij noodig de krachtdadige leiding, —bewaring, besturing en bescherming des Heeren. Ons betaamt dus eene voortdurend ootmoedige en biddende gestalte voor God. Zij, die in zulk eene gestalte verkeeren, zullen onmogelijk met wrevel of uit de hoogte kunnen neder zien op hunne nog achterblijvende broeders, op het land, hetwelk zij weldra zullen verlaten. Ik achtte deze opmerking vooraf te moeten maken, opdat een ieder, vóór hij het volgende stukje leest en overweegt, zich zeiven beproeve voor Hem, Die onze geheimste gedachten en overleggingen gadeslaat.

Sluiten