Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogt hebben, de bereidvaardigheid bij mij is om, bij ontdekking daarvan, het te belijden en te laten. Bedenkt echter, wanneer iemand beproeft 'om die poging in het werk te stellen, dat ik niet vraag naar en mij niet verlaat op de meening of het oordeel van een of meer personen, ik vraag naar en verlaat mij alleen op het Woord van God, hetwelk mij boven alles dierbaar geworden is, hetwelk ik door het geloof als het Woord van onzen Vader in de hemelen heb aangenomen, en welks kracht nooit ontzenuwd wordt door menschelijke redeneringen.

Christenen in Nederland! gedenkt de aanbieding, die ik u bij den aanvang van het jaar onzes Heeren 1847 doe. Ik sta met velen gereed om weldra Nederland te verlaten; gij keurt dit af; ik vraag u grond en bewijs in het Woord van God; kunt gij mij dit geven, ik zal niet gaan, maar blijven. Kunt gij mij dit niet geven, behelpt u dan niet met gemoedelijke praatjes; maar stelt u voor Gods aangezigt, hoort mijne woorden, beproeft die aan het Woord van God, en zoo gij dan u zeiven in dien spiegel beschouwende, voor Gods aangezigt beschaamd moet staan, schaamt u dan, maar komt ook tot belijdenis uwer schuld voor God en menschen. Mijne beschuldiging tegen de meeste Christenen in Nederland is, dat zij denken, beschouwen, stemmen laten hooren, pralen, maar niets verrigten, dat zij niet doen, wat Gods Woord stellig, duidelijk, eenvoudig van alle Christenen vraagt; dat zij doen, wat Gods Woord stellig, duidelijk, eenvoudig aan alle Christenen verbiedt. Ik kan en vermag van wege Gods hoogheid in zulk eenen weg niet mede gaan; ik ben door Gods genade gedrongen om niet alleen te spreken, maar ook te doen, als die door de wet der vrijheid geoordeeld zal Worden. Staat er nu niemand uwer op, die mij met het Woord van God tegen komt, die mij met dat Woord overtuigt, dat ik kwalijk gespro-

Sluiten