Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. AIzoo werd ik dan voorzeker ook niet meer geschikt geacht, om met mijne kranke en stervende medezondaren over den eenigen weg ter behoudenis te spreke», doordien men nu' in deze hoogst gewigtige betrekking, waarin ik eenige jaren werkzaam was, iemand aanstelde, die nimmer als Krankbezoeker was werkzaam geweest, en die tevens van de Catechiseermeesters alhier, de nieuwere gevoelens het meest aankleeft.

En gij, die mijne voormalige werkzaamheden hebt ontvangen, kunt gij voor het oog van den Al wetenden betuigen, dat dezelve zoo gretig door u zijn aangenomen, omdat gij begeerig waart, mijne vorige leerlingen in den onvervalschten, waarachtigen en God-verheerlijkenden weg der zaligheid te onderwijzen, of om kranken en stervenden getrouw en naar waarheid te besturen ? Of was het ook, dewijl aan deze werkzaamheden nu zulk een goed en vast bestaan verbonden werd? En wat zult gij hun nu leeren? Wat zult gij als dwaling, als menschelijke stellingen en meenigen bij hen afkeuren? Wat zult gij hun als Bijbelsch, als Evangelisch, als waar en zaligmakend voorstellen ? Niet voor mij , maar in de tegenwoordigheid Gods wensch ik, dat gij deze vragen moogt beproeven en beantwoorden. Beproeft u zeiven, want de Begier staat voor de deure.

Ik wil de, in dit Voorberigt vermelde daadzaken niet beoordeelen. Dit wensch ik over te geven aan den God der waarheid en aan hen, die door Hem geleerd hebben, onpartijdig en overeenkomstig zijn Woord te oordeelen.

Nog iets. Men heeft mij van hoogmoed, roemzucht, dorst om eenen naam te maken, enz. j| beschuldigd. Nu, ik weet, dat mijn hart arglistiger is meer dan eenig ding, Jer. 17: 9. Maar ik moet mij integendeel bij God aanklagen van kleinmoedigheid , menschen-vrees , weifeling, en indien de AImagtige mijn weréldgezind, vreesachtig hart niet in zijn beslag genomen had, dan zou ik gewisselijk eene zaak, die ik als God» zaak had leeren kennen, verzwegen en verraden hebben uit afgodische vrees voor schade en verachting bij menschen.

Eindelijk. Dat mijne vrienden sich niet te zeer over mijnen

Sluiten