Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne, lot het Joodscbe volk, dat zijn volk was, dewijl Hij aan hen beloofd en naar zijne menschheid, uit hun geslacht geboren was, ën de zijnen hebben Hem niet aan. genomen ," als het licht en als den Messias.

In ons 10e vs. spreekt Johannes hoogst waarschijnlijk wederom van de eeuwen vóór Jezus geboorte. Wel is waar, in vs. 5 had hij reeds gezegd: »Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen »" maar zijn geheiligd gemoed, dat alles in zijnon Jezus vond, kan zièh niet weêrhouden, om nogmaals te klagen over de dwaasheid en blindheid der wereld. Schoon Gods Zoon ten allen tijde als het Woord, het licht en het leven, in de wereld was, ja schoon zelf de Schepper zijnde, de wereld, of de verblinde menschen in dezelve, hadden Hem echter niet gekend als het licht en het leven, maar zij waren over het algemeen verduisterd gebleven in het verstand, vervreemd van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen was en door de verharding hunner harten.

Maar hartdo'orpriemend was de klagt van Johannes in vs. 11. Daar kwam Jezus als het licht der wereld, als* de langbeloofde Messias en de eenige Zaligmaker tot het zijne, tot het Joodsche volk , tot zijn volk, op hetwelk Hij een bijzonder regt, eene innige betrekking had, en dat sedert twee duizend jaren tot zijne komst en aanneming was voorbereid. Daar staat Hij onder zijn volk, Hij , de hope der Vaderen, Hij, de inhoud der aloude Godspraken en profetiën, Hij, het licht en leven der menschen, Hij, bet Woord bij God, ja zelf God. Als het licht der wereld, als de eenige , magtige, Goddelijke Zaligmaker leert en werkt, — ver•maant, lokt en noodigt Hij onder hen , en gaal zoo hun land door , naar ligchaam en ziele goeddoende. En wal is het gevolg van dit alles? Ach, in de heilige Evangeliën staat ons dit maar al te zeer tot een schandmerk van de zijnen, van zijn volk, opgeleekend. Klein is hel gelal, 't welk Hem aanhangt, groot de schare, die koel en onverschillig'omtrent Hem is, en uitgebreid de menigte, die Hem tegen werkt, lastert en vloekt; terwijl Hij eindelijk aan het moordhom

Sluiten