is toegevoegd aan je favorieten.

Twee catechisatiën, of Godsdienstige voorstellen, over 2 Cor. 5: 17 en 1 Petr. 3: 18a

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

YOORBERIGT.

In het afgeloopene jaar werd er in onze Hervormde Gemeente alhier, wederom een begin gemaakt met eene openbare Catechisatie, of Godsdienstoefening, alwaar een'" Predikant en een' Catechiseermeester, door vragen en antwoorden, over een Bijbelsch onderwerp handelen. Men hadt mij van dit Antwoorden vrij gelaten. Dewijl ik echter lang zoo meer der Gereformeerde leer werd toegedaan, verspreidde men juist in dien tijd het gerucht, dat ik tot de Christelijk Afgescheidene Gemeente zou overgaan. Daar dit echter mijne bedoeling niet was, en ik in de .betrekking wenschtte te blijven waarin de Heer mij geplaatst had, deed ik aanzoek om mede tot het Antwoorden in de kerk, te worden toegelaten, opdat hierdoor blij ken zou , dat ik nog in ons Kerkgenootschap werkzaam wenschtte te wezen. Dit werd mij dan ook door de, in die Catechisatie werkzaam zijnde, Predikanten toegestaan, en ik werd alzoo door genoemde Predikanten op de lijst der vaste Antwoorders gebragt.

Gedurende zes malen heb ik dan ook in genoemde Catechisatie geantwoord. Sommige Heeren Predikanten hadden in dien tijd reeds over eenigeleerstellingen en uitdrukkingen, in mijne Antwoorden, met mij gesproken; doch dewijl ik niet op grond van het onfeilbare Woord van God, van dwalingen kon overtuigd worden, kon ik mijne gevoelens niet terug nemen noch verzwijgen. Toen ik dan de zevende maal zoude Antwoorden, werd mij door den Heer Predikant A. C. van Eldik Thieme , mede namens den Heer Predikant C. P. L. Rutgers, die als jongste Leeraren, Voorgangers in die Catechisatie zijn , gezegd, dat men bet openbare Catechiseren met mij zoude staken, schoon de vier andere Catechiseermeesters daar werkzaam zouden blijven. Dit verwekte groot leedwezen bij velen, welke mij in de Catechisatie gehoord hadden. Eenige dagen daarna , werd ik bij .den Heer Thieme ontboden, en ontving het berigt, dat ik wel wederom mogt beginnen te Antwoorden, indien ik mijne bijzondere uitdrukkingen en gevoelens, die met de Leeraren in strijd waren, liet varen, en zulke Stukken behandelde, waarin deze niet behoef» den voortekoraen. Vooral, zeidé ZijnEerw., hadden mijne twee laatste Voorstellen, veel ergernis aan de Predikanten gegeven. Ik moest hiervoor dadelijk bedanken, dewijl ik tot dus verre overtuigd was, dat ik zulke leeringen had voorgedragen, die met den Bijbel bewezen waren , en welke geloofd en bevonden moeten worden totzaligheid. Doordien ik dan van de Catechisatie ontzet was en ik de voorwaarde, waarop ik er wederom kon worden toegelaten, niet kon