Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aannemen, zoo werden er door sommigen, in de Gemeente zeer lasterlijke geruchten van mijne uitgesprokene Catechisatiën en leerstellingen verspreid. Dewijl dit nu zeer nadeelige gevolgen voor de eere der waarheid en voor mijne betrekking had , zoo was ik biddende op middelen bedacht , hoe in dezen moeijelijken toesta ndte moeten bandelen. Mij kwam wel een plan voor, om namelijk mijne Catechisatiën in het licht te geven, doch hiertegen had ik te veel opzien. Ik kwam toen in correspondentie met den WelEerw. Heer R. Engels, mij bekend door ZijnEerws. Geschriften tot verdediging en handhaving der waarheid. Toen ZijnEerw met de beide, in dit Stukje vervatte, Catechisatiën was bekend geworden, raadde ZijnEerw- mij aan, zonder dat ik iets van het uitgeven gesproken bad, om, indien de Predikanten de eere der hierin vervatte waarheid niet handhaafden, en mij zoo in mijne betrekking niet van de mij aangetijgde verkeerde beschuldigingen bij de Gemeente, zuiverden , dat mijne Catechisatiën dan moesten worden uitgegeven. Deze raad kwam mij dan nu ook als betamelijk en pligtmatig voor, en ten gevolge van dien, heb ik dan een' Brief aan de Predikanten onzer Gemeente doen toekomen. Doch daar ik heb vernomen dat men mij in dit schrijven trotschheid, aanmatiging, vermetelheid, ja onchristelijkcn zin en liefdeloosheid heeft toegeschreven, en dit in de Gemeente reeds verspreid wordt, zoo zal ik genoodzaakt zijn, dezen Brief in zijn geheel mede te deelen, met verzoek , denzelven onpartijdig te beoordeelen. Dezelve luidde aldus:

ytAan den WelEerw. ZeerGel. Heer van Eldik Thieme." «WelEerw. ZeerGel. Heer!"

«Dewijl ik wederom uitgenoodigd ben om in het Gasthuis te Antwoorden , echter met vermijding van mijne dusgenoemde bijzondere uitdrukkingen en leerstellingen, heb ik dit echter van de hand moeten wnzen , dewijl ik geen huichelaar mag noch kan zijn, en doordien ik meen tot dus ver aldaar waarheden voorgedragen te hebben, die noodig zijn tot zaligheid, en van welks on-Bijbelsche en leugenachtige inhoud, men mij nog niet heeft overtuigd; — kan men dit, dan zal ik mijne zoogenaamde bijzondere uitdrukkingen en leerstellingen, niet alleen in het Gasthuis, maar ook bij mijne leerhngeii in het onderwijs, laten varen : want ik onderwijs en verdedig de Her» vormde leer, omdat ik overtuigd ben, dat zij mijner en mijner medemenschen eenigen troost in leven en sterven moet wezen. (1) Zal ik dus wederom in het Gasthuis Antwoorden, dan moet ik vrijheid hebben, zoo als ikUEerw. ook reeds mondeling gezegd heb: (a) »om de gansche Gereformeerde leer, in haar heerlijk verband , te mogen

CO lk bedoel hier gevolgelrjk niet dat die leer op zich zelve , — maar dat het deelgenootschap aan en de bevinding van de waarheden en beloften dier leer, den eenigen, waarachtigen en onbedrieglijk troost, uitmaken'

Sluiten