is toegevoegd aan je favorieten.

Twee catechisatiën, of Godsdienstige voorstellen, over 2 Cor. 5: 17 en 1 Petr. 3: 18a

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan kan ik dit niet schooner, niet heerlijker uitdrukken, dan dat ik hem een Christen noem." » Ja , schrijft hij: «schilder u eenen sterfeling in de verhevenste eer en in het grootste geluk, en zeg mij ot het niet alleenlijk de Christen is." (i)

Eene der kortste, der zinrijkste, der heerlijkste beschrijvingen welke wij in onzen heiligen Bijbel van den waren Christen vinden , is het gezegde van den hoog verlichten Apostel Paulus , in onzen tekst. JJe Apostel schreef deze en de voorgaande brief aan de Christen Gemeente te Corinthe, toen eene rijke koopstad in Griekenland. Veelvuldige misbruiken , scheuringen en verdeeldheden, vooral veroorzaakt door Joodsch-gezinde Leeraren, die Paulus lasterden en de Gemeente verleidden , gaven de eerste aanleiding tot dit schrijven. Door de onfeilbare leiding des H.' Geestes, stelt de Apostel in dezen tweeden brief, de vijanden van de leer des kruises in hunne valschheid en lastering ten toon, waarbij hij tevens de waardigheid van zijn ambt en leer, met krachtvolle trekken teekent. Er waren onder de valscne Leeraren te Corinthe ook dezulken , die zich boven Paulus wilden verheffen, dewijl zij Jezus in zijne omwandeling op aarde gekend, van Hem zeiven mondeling onderwijs ontvangen , ja zelfs tot zijne bloedverwanten behoord hadden. De Aposlel toont nu aan, dat deze voorgewende omgang met en betrekking tot Jezus op aarde, hun geen het minste aanzien boven anderen en hoven hem , gaven. » Zoo dan," zegt hij vs 16 van ons hoofdstuk, awij kennen en schatten van nu aan niemand meer naar den vleesche , en indien wi/ ook Christus naar den vleesche gekend hebben, nogthans kennen wij Hem nu niet meer naar den vleesche ; indien wij ook zelfs met Christus naar den vleesche vermaagschapt waren geweest, of met Hem op aarde verkeerd hadden, dit zoude, mdien wij niet geestelijk met Hem verbonden waren, ons geen heil en voorregt geven. En nu vervolgt hij m ons tekstvers, als redegevend: » Zoo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel: het oude is voorbij gegaan , ziet Het is al nieuw (IV C W. Oemler, de Christen beschouwd in zijne grootheid. Ie dl. bl. 157 en 166.