is toegevoegd aan je favorieten.

Twee catechisatiën, of Godsdienstige voorstellen, over 2 Cor. 5: 17 en 1 Petr. 3: 18a

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

losser, éénen Geest hebben, o dit verkeer is hem het aangenaamste en zaligste van alle menschelijke omgang. Gods volk, is zijn volk; want hun God, is zijnen God. Wanneer hij treurt en weent over zonde, klemgeloovigheid, of ander geestelijk gebrek, dan is hem het verkeer onder Godvruchtigen dikwijls onder 's Heeren zegen, tot raad, besturing, vertrnc** ting en aansporing. En indien hij met hen in blijdschap des geloofs mag spreken over de groote genade aan hem geschied; over Jezus dierbaarheid en algenoegzaamheid, en over de hope der zaligheid j wanneer hij met hen mag zingen en bidden , met aandoening en gevoel des harten , o dan ondervindt hij de waarheid van Jezus dierbare belofte: Waar twee of drie in Mijnen naam vergaderd zijn, daar ben Ik in het midden van hen. Daar, in die gemeenschapsoefening met zijne mede-geloovigenin Christus, heeft hij somtijds eene voorsmaak van die zaligheid, wanneer hij, verlost van alle gemeenschap der wereld, daar boven met de schare der verlosten eeuwig zal verkeeren.

Hoe meer de Christen uit zich zeiven in Christus is overgebragt, des te heerlijker zal hij in de menschelijke zamenleving, als een nieuw schepsel, als een geestelijk en wedergeboren mensch, in zijn spreken, denken en handelen uitblinken.

IV. Welke is de laatste stelling ?

De derde of laatste stelling is : De ware Christen is een nieuw schepsel, door zijn bestaan omtrent zijne lotgevallen den dood , en door zijne uitzigten in de eeuwigheid; want ie, hij is naauwgezet en dankbaar in voorspoed ; ae, onderworpen in tegenspoed en lijden; 3e, gelukkig bij den dood; en 4e, hoogst zalig in het toekomend leven.

Ja de ware Christen is een nieuw schepsel, door zijn bestaan omtrent zijne lotgevallen; want ie, hij is naauwgezet en dankbaar in voorspoed. Ach de rampzalige zonde heeft haar helsch vergif in alles geworpen, want de zondaar gebruikt ook de aardsche zegeningen van welstand, rijkdom, aanzien en gezondheid, tot zijn eigen verderf, dewijl hij dan het meest teugelloos op den weg der zonde voortgaat j zoodat hoogmoed, wereldlust en zingenot, de afgoden