Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het grootste toonbeeld van Gods ontfermende genade, de krachtigste drangrede tot haat en strijd tegen de zonde , en het zekerste middel tot kinderlijke vereeniging met God , geschonken. O mogt ik nu immer voor mijnen verzoenden Vader en mijnen lieven Zaligmaker , in hartelijke liefde en dankbaarheid leven !" IV. Welke zp'n de aanmerkingen? De eerste aanmerking is : Wanneer de behandelde waarheid ons tot zegen zal strekken dan moeten wij tot gevoel van schuld, en zoo* tot ootmoed gebragt zijn. Wij hebben het reeds bij den aanvang gezegd, dat het geloof aan — en de omhelzing van een' gekruisten Zaligmaker, voor de natuur van ons hoogmoedige en ^eigen-lieyende zondaren , zoo dwaas en vernederend is, dat wij enkel om den wil en de verdienste van. Hem en van zijn lijden en dood , niet willen gezaligd worden. Deze bouwt zijne zaligheid op zoogenaamde goede werken; een ander op het ligtzinnig steunen eener eenzijdige voorstelling van Gods liefde; deze op kerk-gaan, Avondmaal-houden en Bijbellezen ; een ander op een onbesproken zedelijk leven,» deze ... doch waartoe meer te noemen ! in alles zoekt de onwedergeborene zondaar zijne zaligheid , behalve éénig en alleen in Jezus Christus en dien gekruist. Beklagenswaardige menschen .' o hoe beschaamd en verlegen zullen zij staan wanneer zij voor dien Regter zullen verschijnen, welke alleen vrijspraak geeft aan hen , die door het bloed van Jezus Christus gereinigd en door geloófsvereeniging met Hem, geregtvaardigd en geheiligd werden. Wat, wat straf zal hij niet waardig geacht worden, die het bloed des Testements onrein geacht en versmaad heeft.{\) Maar heil den zondaar, die door Gods Geest overtuigd wordt van zonde; hij leert de dood schrijven onder alles wat immer uit hem zeiven voortkwam, (2) hij ziet en gevoelt, dat, indien er buiten hem geen weg van ontkoming en genade is, hij dan voor eeuwig in zijne schuld moet omkomen. Heil den zondaar , die door Gods Geest verlichte oogen des verstands ontvangt, en daardoor tot inzigt van zijne eigene blindheid en zoo tot ootmoed gebragt wordt; hij ziet wonderen (1) Hebr. 10: 29. (2) Jes. 64: 6a.

Sluiten