Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders dan dankbaar zijn. Bovenal: gij wildet gedenken, wat God in deze kwart-eeuw heeft gedaan en geschonken, en gij wildet Hem daarvoor danken. Daar mocht ik mij niet tegen verzetten; daar moest ik vrede mee hebben ; dat wilde ik immers ook zelf. Welaan, laten wij dit dan in deze ure hier samen doen: voor Gods aangezicht gedenken en Hem danken. —

Toen ik, Zondag 5 Februari 1911, mijn intrede deed in mijn eerste gemeente, Epe op de Veluwe, had ik tot mijn tekst gekozen een woord van den apostel Paulus. Desgelijks was het geval bij het begin van mijn dienst onder u, mijn tweede gemeente — meer dan twee gemeenten heb ik tot nu toe niet gehad — op 2 Juni 1915 in de Schinkelkerk. Nu is het weer zoo. Het lijkt me eigenlijk overbodig nog eens te herhalen wat ik bij die twee vorige gelegenheden reeds nadrukkelijk opmerkte: dat deze tekstkeuze geenszins beteekent — het ware trouwens al te dwaas — dat ik Paulus' persoon met de mijne of ook mijn levensloop met den zijnen op één lijn zou willen stellen. Wel spreek ik — op eerbiedigen afstand van den grooten apostel ook nu wederom een zijner harte-woorden tot het mijne makend — na vijfentwintig-jarige ambtsbediening met heel mijn ziel hem bewogen na, hetgeen hij — volgens velen eveneens bij het terugzien op een vijfentwintig-jarigen dienst in het Evangelie — aan Timotheüs schreef: „ik dank Hem, die mij bekrachtigd heeft, Christus Jezus, onzen Heer, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende". —

In dit woord klinkt een jubel. Dezelfde, dien gij telkens kunt opvangen uit de brieven van Paulus. De jubel over de „bediening", waarin Christus Jezus Paulus gesteld heeft, over den dienst, waarin hij „onzen Heer" mag dienen, over den Evangelie-dienst, die hem toebetrouwd is.

Ik versta dien jubel en mijn hart valt hem bij. Hij klinkt in deze ure van gedachtenis ook in mijn binnenste en van mijn lippen. Het is dezelfde jubel, waarmede ik héél mijn bediening te Epe, die onder u in de Schinkelkerk begon. Hij is in die kwart-eeuw niet verzwakt, veel minder gestorven. Hij is alleen nu dieper en gedragener van toon dan toen. Het is de jubel ook van mijn hart óver het onuitsprekelijk voorrecht een door Christus aangesteld dienaar

Sluiten