is toegevoegd aan uw favorieten.

Acta der Conferentie van gecommitteerde kerkeraadsleden, gehouden te Amsterdam in het lokaal Frascati, op Woensdag 11 April 1883, van des Voormiddags 10 tot des Namiddags 4 uren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil niet herhalen, wat reeds in de eerste is uitgesproken, maar gaat een stap verder, door de kerkrechtelijke beginselen uit de belijdenis te poneeren, en aan te toonen dat Jezus Christus in zijne kerk de eenige Souverein is. Het woord derhalve moest dus liever in mitsdien veranderd worden, omdat aan het voorgaande eene nieuwe zaak bijgevoegd wordt. Zoodra moet zijn : waar.

En wat nu de slotwoorden aangaat: er is een innerlijk en een uiterlijk Koningschap van Jezus. De Heere Jezus is niet alben inwendig, in de harten der geloovigen Koning, zooals ook nog wel gezegd wordt door groningers, modernen, enz., maar ook zeer zeker uitwendig in zijne zichtbare kerk. Daarin is hij de eenige Souverein en de eenige wetgever, niet bij manier van spreken, maar inderdaad; en dit nu ontkennen alle groningers, enz. Deresolutie wil dit evenwel luide uitspreken. Hij stelt die resolutie nu aldus voor: »ten tweede dat mitsdien ook het kerkverband waarin ome kerken thans sedert 1816 staan, mag en moet afgebroken, waar de gereformeerde kerken hierdoor zouden belet worden, Koning Jezus overeenkomstig hare belijdenis als den eenigen Souverein in zijne kerk te eeren".

Ds. Van der Land het woord verkrijgende, oppert nog een bezwaar tegen het gebruikte woord * kerkverband". Hij kent zoodanig verband niet meer, alles is een amalgama. Hij wenscht geen wezenlijk kerkverband te verbreken, maar spreekt uit dat er geen zoodanig verband is. Stelt dus voor te lezen: „dat de Synodale organisatie in 1816 de kerken opgelegd, mag en moet verbroken worden, enz."

Dr. Rutgers wijst den laatsten spreker aan, dat wij wel degelijk een kerkverband hebben. Het is wel opgelegd, en zoo ongelukkig dat het niet kan behouden blijven, maar het is er feitelijk nog, en er moet dus mede gerekend worden.

Hierop sluit de Voorzitter, daar niemand het woord meer verlangt, de discussie, om voorts de tweede resolutie, zooals zij gewijzigd opgelezen was, in stemming te brengen. Zij werd door de overgroote meerderheid aangenomen en luidde nu aldus:

Ten tweede, dat mitsdien het kerkverband, waarin onze Kerken thans sedert 1816 staan, mag en moet afgebroken, waar de gereformeerde Kerken hierdoor zouden belet worden Koning Jezus overeenkomstig hare belijdenis als den eenigen Souverein in zijne Kerk te eeren.

Ds. Deelman deed daarna oplezing van de derde resolutie, die van dezen inhoud was :

Ten derde, dat indien de Kerken staatsrechtelijk en burgerrechtelijk geacht worden in of na 1816 bevoegdheid te hebben gehad, om de vroegere Kerkenordeninge uit te ruilen tegen een nieuwe, zij dan evenzoo ook thans staatsrechtelijk en