is toegevoegd aan uw favorieten.

Christendom en cultuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als met éen vingertoets aanraken, blijkt ons, dat het Christendom de religieuse vertolking is van eene in zeer bizonderen zin organische opvatting van leven en wereld, omdat het a 11 - s in relatie brengt met den levenden God; dat bij dus opvatting de aanraking tusschen de sferen van stof en van geest ophoudt te knarsen, omdat beide haar ontstaan en bestaan aan het goddelijke scheppingswoord danken en dus éene schepping vormen; en dat in deze schepping plaats is voor eene ontplooiing der individualiteit, die beurtelings onderstelling en uitvloeisel is der gemeenschap, omdat zich in beide éene Godsgedachte afdrukt en ontwikkelt. Vandaar het belang onzer vraag. Het Christendom moge ook andere betrekkingen hebben even gewichtig, gewichtiger nog dan die tot de cultuur — voor deze laatste is geene relatie van zooveel belang als die, waarin zij tegenover het Christendom staat, omdat deze over hare waarde en ten slotte over haar bestaan zelf beslist.

Intusschen mogen wij aan het Christendom niet onthouden wat wij van de cultuur trachten te geven: eene kenschetsing van zijn begrip. Het woord Christendom drukt inderdaad een begrip uit, maar een, dat op zijne beurt de uitdrukking vormt van eene levende werkelijkheid, zooals wij deze in actie zagen de eeuwen door. Wie zegt Christendom, zegt Christus, dus persoon. Wie zegt Christendom, zegt kerk, dus gemeenschap. Wie zegt Christendom, zegt kerk van Christus, dus geschiedenis. Ziehier wat het begrip Christendom reeds onderscheidt van dat van cultuur. Ook de cultuur heeft hare heroën, hare centra, haar historie, maar de eenheid ontbreekt. Er is meer. De Christus, dien het Christendom onderstelt, wordt geëerd als de menschwording van Gods Zoon. Ziehier de persoonlijke vereeniging van de beide sferen van Schepper en schepsel, van eeuwigheid en tijd. In Hem worden de krachten der eeuwigheid openbaar. Het Christendom onderstelt dus den goddelijken achtergrond der geschapen wereld. Het spreekt niet van natuur, maar van schepping. Het neemt de natuur niet zooals zij is, maar zooals zij geworden is; niet zooals zij op zich zelve is, maar zooals zij gedragen wordt door de kracht en de goddelijkheid van den Schepper. Het spreekt ook niet van cultuur maar van