is toegevoegd aan uw favorieten.

Christendom en cultuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlossing. Het gaat niet maar uit van de bestaande wereld om deze te ontwikkelen en te veredelen. Het begint met deze wereld te onderwerpen aan de norm van Gods heiligheid en het bevindt haar te eene male ongenoegzaam. En dit is de waarde van de menschwording van Gods Zoon, dat zij beteekent de her-schepping der natuurlijke wereldorde, eene heilige renaissance dus, die de wereld, welker geschiedenis eene tragedie van zonde en lijden, en dus de onnatuur zelve is, in den nobelen zin des woords weder natuurlijk maakt, haar opheffend tot de normale hoogte en leidend tot de cultuur eener geheiligde ontwikkeling. Blijft dus de cultuur zonder meer monistisch of pantheïstisch, heeft zij slechts met éene wereld te doen, die genomen wordt zooals zij is, haar eigen maatstaf medebrengt en zich ontwikkelt volgens haar aard — het Christendom is dualistisch of, juister, theïstisch; het heeft te doen met twee werelden; immers, het ziet de wereld beurtelings zooals zij is en zooals zij zijn moet, omdat de maatstaf der goddelijke scheppingsorde gegeven is, en alles volgens zijn in die orde rustenden aard moet worden gewaardeerd.

Het is van belang, dat deze onderscheiding tusschen cultuur en Christendom worde gevoeld. Zij is van historischen, metaphysischen en ethischen aard. Naarmate het Christendom meer in zijne historische ontwikkeling en wezenlijk karakter wordt erkend, d. i. meer wordt verbonden aan den persoon van Christus en in Hem aan de menschwording Gods, zal zijne specifieke beteekenis, niet alleen ten aanzien van de wijsbegeerte, maar ook van de cultuur in haar geheel beter worden gewaardeerd. Wie zegt Christendom, zegt dan ten slotte: God en mensch. Hij drukt hierin beurtelings een tegenstelling uit — immers de vleeschwording onderstelt de scheiding tusschen God en mensch; èn eene verbinding — want de vleeschwording beteekent de verzoening van beiden. Slechts éen woord is in staat aan deze betrekking haar volle recht te schenken; het is het woord liefde. Het bewaart ons voor de abstracties van het denken. Het drukt de volkomene, niet slechts metaphysische, maar vooral religieuscthische relatie uit. Het wijst aan, dat de betrekking tusschen God en zijne schepping eene levende, werkzame, volkomene is, die alle functies van ziel en sferen van leven beurtelings verlicht en vervult, die al wat is eerst waarlijk doet zijn,