is toegevoegd aan uw favorieten.

Christendom en cultuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

immers doet leven, in het onuitsprekelijke verband, meer nog, het verkeer met Hem, dien de oude dichter noemt: „mijns levens kracht" J). Het woord, waarin vlnet het geheim van 's menschen leven uitdrukt, geldt ten slotte voor alle schepsel: „God liefhebben, dat is het geheim van het leven te hebben gevonden"2). Is het wonder, als het Christendom, dat deze houding aanneemt, zich verwant gevoelt aan de edelste dragers der cultuur en bepaaldelijk aan die wereldconceptie, welke door den naam van plato wordt vertolkt? johannes, augustinus, thomas aquinas, calvijn, pascal, schleiermacher — elk hunner heeft op zijne beurt den naam, en althans de denkbeelden van plato geëerd en gedoopt. De ouderscheiding van twee werelden, die der zinnen en die des geestes, de superioriteit der laatste, de schoonheid der ideeën, die als sterren aan den hemel schijnen en welker glans zich wèl flauw op de donkere aarde weerkaatst, maar toch voldoende om het heimwee naar licht in den mensch wakker te roepen en te houden — hoe heeft augustinus, die hem het naast stond, Plato gehuldigd als dengene, die gezegd heeft, dat filosofeeren is: God liefhebben, en dat het geluk van den mensch bestaat in het genieten van God, zooals de lucht van het licht geniet, die den waarachtigen God heeft gekend, den Schepper van alle geschapen dingen, het licht van alle geesten, het einde van alle daden en die, om God te bepalen, bijna het woord der H. Boeken heeft gevonden : „Ik ben, die ik ben" 3). En terwijl Platos idealisme de stoffelijke werkelijkheid loslaat en in naam van de hoogere cultuur de lagere verloochent, gevoelen de Christenen, die hem eeren, juist zoo scherp zijn tekort en daartegenover hun rijkdom, in zooverre zij in hun geloof aan den Logos, die vleesch geworden is, de volle werkelijkheid bezitten, waarvan plato geen besef had. Deze werkelijkheidszin vormt den schakel, die Christendom en cultuur verbindt. Daardoor heeft het Christendom zelf zijne betrekking tot de cultuur aan de orde gesteld en in beginsel geregeld.

Als wij hiervan uitgaan is het van groot belang, dat de vraag naar den aard der betrekking tusschen beide zuiver

!) Ps. 27 : i.

'') A. Vinet, Discours sur quelques sujets religieux, p. 204.

3) Vgl. Gr. Boissier, 0. c., T. II, p. 326.