Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die onmacht? Waarin zij nog ligt: in onze kieswet, dat pronkstuk van een maskeradepak voor een volk dat heet zichzelf te regeeren maar aamechtig en onmachtig onder den duim van het geld ter aarde ligt gebukt. Het geschiedde dus dat andere Ministers optraden. Andere Ministers, d. w. z. de heer J. Heemskerk Az., die in 68 de regeering had moeten loslaten op aandrang van het geheele Nederlandsche volk, want zijn koninkrijk was niet van deze wereld, zijn koninkrijk was destijds uit de wereld van Willem I. De toestand werd geboren, dat hij toch weer noodig was. Zóó onwaar is het, dat ons volk zichzelf regeert! Maar elke

s

regeering, hoe degelijk ook op zichzelve, is bij deze vertegenwoordiging zwak. Een zwakke , die veel kracht moet aanwenden , is altoos kribbig. Ook Heemskerk moet met zeer groote krachtsaanwending regeeren, hij is dus zeer kribbig. Wij hebben ook van hem niets aangenaams te wachten. Elke regeering moet uit den aard van zulk een toestand laveeren. Laveeren met wetten. Laveeren met personen. Laveeren met schijn. Laveeren met beginselen van staat. Laveeren zelfs, en laat ons dit niet vergeten, met de grondbeginselen van onzen dooi en door protestantschen staat. Het eene schipperen zoowel als het andere geeft onaangenaamheid. De bekwaamste man moet krachtens dat laveeren ons ergeren in onze beste denkbeelden, in onze beste personen, in onze grondbeginselen. Hier moet hij met ultramontaansche elementen heulen, daar moet hij den schijn aannemen alsof hij onze liefde voor vooruitgang streelde, elders weder moet hij personen die ons lief zijn omdat zij karakter hebben getoond, doen aftreden. Is dit niet te betreuren van ernstige, fiere, bestudeerde mannen wier vaderlandsliefde hen telkens drijft tot het minister zijn? De toestanden maken hen machteloos, verlrmmen hun goeden wil. Zij zijn gelijk aan een batterij, die samengesteld is uit voortreffelijke, krachtige elementen

Sluiten