is toegevoegd aan uw favorieten.

Sub specie aeternitatis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiefste studie gespeend, bij flauwe benadering op de haar toekomende waarde leeren schatten, in het oog houdend tevens hoe het hier de levens en tallooze werken van zóó velen geldt.

Zelfs heeft de heer Abraham Kuyper de hem noodlottige onhandigheid begaan niet te gebruiken de voorwending, waarin hij overigens zoo'n knap meester moet worden genoemd, en waarmee hij, schoon een minimum van deze of gene zaak wetend, er in slaagt een maximum succes te bereiken.

Wel praalt en flonkert de voorwending in de Bilderdijkrede met de pracht-overlading van den rhethorischen periode-bouw van dezen calvinistischen Cyrano de Bergerac, en de — met betrekking tot den aanval op de tachtigers — innerlijke voosheid zou op de bekende, meesterlijke wijze zijn blijven gemaskeerd, hadde de feestredenaar van 1 October 1906 niet de buitensporige onvoorzichtigheid begaan te vergeten, dat hij toen niet voor de halve en schijnbeschaafdheid der z.g. calvinistische kringen geschreven had, maar dat een verfijnde geestes-adel met argus-oog douane-plicht vervullen zou op de onschendbare grenzen van zijn vorstelijk domein.

Waarlijk, mogen de „Aanteekeningen" achter of ouder eenig werk gevoegd, het uitstal-kastje zijn van de belezenheid van de geleerdheid, soit, des schrijvers, de „Aanteekekeningen" achter des heeren Kuyper's rede echter, kunnen gevoegelijk een poppenkast worden genoemd, waarin Jan Klaassen als een waar ridder der Droevige Figuur de klappen opvangt, anderen door hem toegedacht.

Ver ligt liet buiten mijn plan hier na te gaan op welke wijze dr. Kuyper zich eenige gegevens heeft doen toekomen, om de tachtigers, naar hij meende, te overbluffen, en de z.g. calvinistische massa een: „wat-is-t-ietoch-„bij"-nietl?" aan de haperende lippen te ontlokken. Trouwens het citaat o.a. uit het, nu reeds weer verdwenen, maandschriftje „Poëzie", dat ook dienst moest doen om de voorwending volkomen te doen slagen, heeft een zoo frappant tegenovergestelde uitwerking gehad, dat verder heelemaal niet nader verhaalt behoeft te worden, wie in dit doorzichtig spel te onderkennen valt, noch hoe den feestredenaar een door den heer L. Bückmann voor jaren reeds van potloodstrepen voorzien exemplaar van Kloos' „Veertien jaar Literatuurgeschiedenis" via den heer J. Postmus voor een wijle in de hand werd gestopt.