Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN iemand wist van. het eerst in onze oogen groote dat gebeuren ging: Kuyper in „Ons Tijdschrift", en wij'die het voorloopïg alleen wisten, de heeren Bückmann en Schrijver en ik, we waren . . . blij.

Menschen met een zuiver voelen, die hun ziel kind gehouden hebben, en daarom gaarne, o, zoo gaarne gelooven in hun medemenschen — en artiesten vooral doen dat gauw — zijn hierom vaak zoo blij, wijl ze niet direct met hun verstand op kruidenierswijze alles wikken en wegen maar integendeel dankbaar aannemen, omdat de blijdschap over het zien dat er nog mooie menschen, mooi van innerlijk bedoel ik, ziet ge, hun weg willen kruisen, ue gaat m hun appreciatie vergroot.

Eerst was ik dus erg blij. 't Was me dau ook een gebeurtenis. Wat zouden die nostro's op de punten van hun respectievelijke neuzen turen, hoe zouden ze nu wegkomen met de diepe verdorvenheid van O. T., nu Kuyper stel je nou toch eens eventjes voor me lieve mensch, nu Kuyper, versta je, daarin geschreven had. Hoe zou de „btandaard", het aller-christelijkst orgaan, nu zijn draai toch wei nemen ? Jaar en dag waren we er in verketterd * de laagste, ploertigste hakjes werden ons gezet, en nu zou me daar de hoofdredacteur in hoogst deszelfs eigen persoon, de adder aan zijn borst gaan koesteren!

Maar bij mij heeft die vreugde niet lang, — laat eens kijken. . . twee dagen slechts geduurd.

Want toen ik eens alleen rond-doolde, ergens in Gods' vrije natuur en de onttakelde herfstboomen rond me langzaam in den wind het schamele getakte schudden ach en wee schudden om de schoone zomerdroom-ontsooc ïeling, en de frissche lucht mijn lijf doortintelde, en ik peinsde over „de" geschiedenis, wen om me heen de velden eindeloos strekten, zoo wijd als God zijn genade stiekt, toen knikte mijn hoofd langzaam, eer ik het wist tegen mezelf: neen", en nogmaals „neen". Het is niet' recht, dacht ik, het is niet récht.

En dadelijk heb ik geschreven dat het niet recht was,

dat wj eerst het woord moesten nemen, want wij waren

beschuldigd onverdiend, klakkeloos beschuldigd door een

zyn im loed misbruikend man, en dat zonder een zweem van bewijs.

Daarna kwam Kuyper's stuk in, half October 1906 ongeveer. Ik zal hier, zooals ik zeide, over de waarde van net artikel: „Alles is het uwe, doch gij zijt van Christus",

Sluiten