is toegevoegd aan uw favorieten.

Sub specie aeternitatis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een beschouwing houden. Ik voor mij acht het van zoo weinig beteekenis, zoo aan alle kanten aanvechtbaar dat een ernstige weerlegging ongemotiveerd mag worden genoemd Ik heb de vaste overtuiging dat, had een ander, dan de lieer Kuyper, dit artikel ingezonden, het onvoorwaardelijk zou geweigerd zijn. Meer zal ik er niet over zeggen, zij die geen benul van deze quaesties hebben zullen t betoog natuurlijk subliem en 's jongens-wat-zefrtïe- t-weer-goed vinden. Zij die wel in deze te oordeelen capabel mogen worden geacht, zullen geen enkele voorot toelichting behoeven. Het zou dus dubbele overbodigheid zyn. °

Ik heb alle reden om te vermoeden niet ver de plank mis te slaan, wanneer ik beweer dat de heer Kuyper ondei wiens premier-schap de O. T.-beweging opgekomen is en tot bloei gebracht, na zijn terugkomst uit het buitenland, door hen die beducht waren, de hemel weet waarvoor, op de jonge actie, ook op de kunst-opbloei is attent gemaakt, door een oud, satanisch, maar beproefd middel het: divide et impera, toe te passen, meende het „gevaar spoedig den kop te kunnen indrukken.

Want hoe luidt de aanhef van zijn artikel? Hij zou iet misverstand even komen ophelderen, als ware door hem op pag. 76, zijner Bilderdijk-rede, een blaam op de U. 1.-beweging gelegd.

Volgt dan een misselijk woord-gezift. Maar de draaierij wordt dan _ besloten met dezen zin: „Wat ik schreef, schreef ik niet in ironie, maar met ingehouden toorn, vooral gewekt door Calvinisme en Suobbisme, waarover ook „Ons lijdsi luitt zonder sparen vonnis sloeg". . . ho, meer heb ik voor mijn volgend betoog niet noodig.

Er volgt hierna één liederlijke insinuatie aan mijn adres, waarvoor alle spraak zwijgt, en die de diepste deernis wekt. *)

De lezer, hij zie het O. T. nummer slechts in, zal niet vinden wat ik hierboven citeerde. **)

De redactie had den heer Kuyper plaats voor een artikel afgestaan, maar niet om hem de gelegenheid te geven den heer Bückmann te weerleggen of een der mede-

bliiJn Hnf iK- V? d?m ™etxdfze zijn z.g. „toorn''-uiting juist te doen blijken dat ik m die brochure trof daar, waar ik wilde treffen.

^ ,re<*actie sc^lijllt toch weer gezwicht, want thans is wat uit het oorspronkelijke verdwijnen moest, in een noot toch wéér opgenomen ! !