Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

lied aanleiding gaf. Israël had een aardsch koningschap begeerd, niet bedenkende, dat het er zijn hemelschen Koning door verloochende. In Salomo had God het een koning gegeven, met wien het volk het schitterendste tijdperk zijner historie ingetreden was. Er was in Salomo op aardsche wijze iets van den verheerlijkten Messias; wijsheid, rijkdom, macht, heerlijkheid, roem, alles vereenigde zich in zijn doorluchtigen persoon. Voor zijn volk was het eene verzoeking om zich te verwereldlijken, met een koning als Salomo tevreden te zijn, en zijn ideaal te vinden in een wereldrijk, waarin het zelf het koningsvolk wezen zou. Het gros des volks bezweek in deze verzoeking ; het zag niet verder dan Salomo. Niet allen verloochenden echter den Davidszoon der toekomst; het echte Israël hield vast aan Hem, die eens van zichzelven zeggen zou: meer dan Salomo is hier. Salomo bleven zij ten volle als machthebber erkennen; in elk opzicht aanvaardden zij de gevolgen van 's volks zonde, begaan in den eisch om een koning, gelijk alle andere volken hadden, i Sam. 8:5. Maar hunne liefde bewaarden zij voor den waren bruidegom Israels, van wieri^ Davids Psalmen zooveel schoons hadden gezegd. Van deze trouwe aan den Messias nu legt het Lied der Liederen getuigenis af. Het teekent ons de zegepraal der heilige liefde tot den koning, in wien Jehova zelf verschijnen zal, over al de verlokkingen van een koningschap, dat op zijn

Sluiten