Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Totdat de dag aankomt en de schaduwen vlieden keer om, mijn liefste! word gij gelijk eene ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether. (and. geurende bergen, of bergen der scheiding), /7„

Tegen den avond, als hare dagtaak afgeloopen is, keere de Geliefde tot haar terug. Eerst moet de hitte des daags voorbij, en de schaduw tegelijk met de zon weggetrokken zijn, dan wende de Geliefde zijne schreden, en ijle haar tegen, snel als eene ree of een jong hert, die over de geurende bergen voorwaarts snellen.

HOOFDSTUK lil.

In de vijf eerste verzen van dit hoofdstuk die eigenlijk nog tot het vorige behooren, zet de heilige verrukking, die over Sulammith gekomen is, zich voort.

Zij luiden aldus :

Ik zocht des nachts (eig. in de nachten) hem, dien mijne ziel liefheeft; ik zocht hem maar ik vond hem niet. Ik zeide: 1. Ik zal nu opstaan, en in de stad omgaan, in de wijken en in de

Sluiten